Eerste Kamer der Staten-Generaal

05/19/2026 | Press release | Distributed by Public on 05/19/2026 15:25

Europees asiel- en migratiepact: debat samengevat

19 mei 2026

De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 19 mei over het Europees asiel- en migratiepact dat 12 juni in werking treedt. De Kamer sprak met minister Van den Brink van Asiel en Migratie over het wetsvoorstel dat de uitvoering en implementatie in Nederland van het Europese pact regelt. Op 26 mei stemt de Kamer over het wetsvoorstel en de ingediende moties.

Icoon toon deze en 19 andere afbeeldingen in vergrote weergave In het kort

Meerdere Kamerleden gingen in op de protesten bij noodopvanglocaties in gemeenten de afgelopen weken. Zij veroordeelden het geweld dat daarbij door sommigen is gebruikt en vroegen de minister dat geweld ook te veroordelen. Tegelijk was er ook begrip voor de mensen die zonder geweld demonstreren. De Kamerleden vroegen de minister hoe het kabinet omgaat met deze situatie. Van den Brink reageerde: 'Zodra er sprake is van brandstichting en geweld, is er geen "ja, maar". Dat is geweld. Dat veroordelen we. We gaan er met politie en justitie achteraan om mensen te vervolgen. Tegelijkertijd voelen we ons wel verantwoordelijk voor de kleinere gemeenten die opeens te maken krijgen met een enorme discussie in hun gemeenschap, die hun qua capaciteit gewoon de pet te boven gaat.'

Het debat over het wetsvoorstel spitste zich toe op een aantal onderwerpen uit het asiel- en migratiepact, zoals de asielprocedure aan de grenzen van de Europese Unie en het solidariteitsmechanisme tussen de lidstaten. De vragen gingen verder over de 'nationale koppen' (maatregelen van het kabinet bovenop de Europese), zoals beperking van gezinshereniging, uitbreiding van het in bewaring stellen van kinderen en het beperkte overgangsrecht voor mensen die nu al in een asielprocedure zitten. De woordvoerders gingen ook uitgebreid in op de uitvoerbaarheid van de wet en de capaciteitsproblemen bij IND, COA en de rechtspraak.

Moties

Er zijn vijf moties ingediend:

  • -
    De motie-Van de Sanden c.s. over de inwerkingtreding van de nareis- en tweestatusstelselbepalingen.
  • -
    De motie-Van de Sanden c.s. over voorleggen van een integrale capaciteitsanalyse.
  • -
    De motie-Van de Sanden c.s. over voorhangprocedures bij Algemene maatregelen van Bestuur over vrijheidsontneming, biometrische gegevensverwerking en gezinshereniging.
  • -
    De motie-Perin-Gopie c.s. over gezinnen met kinderen die mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel uitsluiten van grensdetentie of vreemdelingenbewaring.
  • -
    De motie-Perin-Gopie c.s. over monitoring onderwijs kinderen in de opvang.

De minister heeft alle moties ontraden.

Over het wetsvoorstel

Het voorstel regelt de uitvoering en implementatie van het Europees asiel- en migratiepact, dat op 12 juni 2026 in werking treedt. Het pact bestaat uit een richtlijn en negen verordeningen die onder andere gaan over asielprocedures, de procedures aan de grenzen van de EU en over wat de verantwoordelijkheden zijn van de lidstaten. Het wetsvoorstel waarover de Eerste Kamer op 19 mei sprak, is gericht op beperking van en grip op asielmigratie.

Het pact heeft tot doel om de asiel- en migratieregels binnen de EU beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast breidt het pact de Eurodac-database uit. Zo wordt het mogelijk om meer biometrische gegevens van vreemdelingen op te slaan en worden de bewaartermijnen voor deze gegevens verlengd. Ook omvat het pact solidariteits- en steunmaatregelen bij een crisis- of overmachtsituatie als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld een grote instroom van vluchtelingen naar de EU door het uitbreken van oorlog elders.

Impressie van het debat

GroenLinks-PvdA: Ondermijning door nationale koppen

Senator Thijssen zei dat het Europees asiel- en migratiepact moet zorgen voor harmonisatie, solidariteit en effectieve samenwerking. De uitvoering wordt echter door nationale koppen ondermijnd. Ze uitte zorgen over keuzes van de regering (nationale koppen) die het pact strenger maken, zoals beperkingen op gezinshereniging en de mogelijkheid tot kinderdetentie. Deze kunnen in strijd zijn met mensenrechten en kinderrechten, zei Thijssen. Ook stelde zij vragen over de rechtmatigheid van bepaalde maatregelen, het ontbreken van overgangsrecht en de impact op vluchtelingen, waaronder gezinnen die langdurig gescheiden raken. Tot slot vroeg zij aandacht voor de uitvoerbaarheid van het beleid en wierp zij de vraag op of de betrokken organisaties, zoals IND en COA, voldoende zijn voorbereid op de invoering van het pact.

BBB: Instroom omlaag, uitstroom omhoog

Senator Lievense benadrukte dat migratie niet stopt bij landsgrenzen en dat papieren afspraken pas waarde hebben als ze in de uitvoering werken. De centrale vraag is of dit pact daadwerkelijk leidt tot meer grip op migratie, en of er voldoende capaciteit is bij IND, COA en de rechtspraak. Hij had twijfels bij de Europese samenwerking, vooral bij de inzet van grenslidstaten en de mogelijkheden om lidstaten hierop aan te spreken. Hij vroeg zich af of niet-kansrijke asielzoekers met dit pact daadwerkelijk vaker worden uitgezet. Ook waarschuwde Lievense dat bestuurlijke stilstand het vertrouwen van burgers in de overheid ondermijnt. Hij benadrukte dat beleid moet focussen op het verlagen van instroom en het verhogen van uitstroom.

Fractie-Van Gasteren: Haastige behandeling

Senator Van Gasteren bekritiseerde de haastige behandeling van de wet en het samenvoegen van Europese implementatie met nationale koppen, waardoor een zorgvuldige beoordeling bemoeilijkt wordt. Hij waarschuwde dat Nederland met deze wet afwijkt van zijn rechtsstatelijke traditie door minder nadruk te leggen op rechtsbescherming, rechtszekerheid en overgangsrecht. Ook maakte hij zich zorgen over de uitvoerbaarheid, juridische houdbaarheid en financiële consequenties, die volgens hem onvoldoende zijn onderbouwd en grote risico's kunnen opleveren. Van Gasteren pleitte voor betere waarborgen, monitoring en parlementaire controle, zodat de wet niet leidt tot aantasting van de rechtsstaat en vertrouwen van burgers.

Fractie-Van de Sanden: Rechtsstaat bewaken

Senator Van de Sanden zei dat de regering de Eerste Kamer onder tijdsdruk zet om een complexe wet goed te keuren, terwijl die haast volgens hem het gevolg is van eigen nalatigheid. Het pact werd twee jaar geleden aanvaard in het Europees Parlement en de behandeling in de Tweede Kamer begon pas eind 2025. Hij stelde dat het wetsvoorstel verder gaat dan het Europees asiel- en migratiepact door strengere nationale maatregelen zonder voldoende waarborgen zoals overgangsrecht en een gedegen uitvoeringsanalyse. Van de Sanden riep de Eerste Kamer op haar rol als bewaker van de rechtsstaat serieus te nemen en niet in te stemmen zonder voldoende zekerheid over rechtmatigheid en uitvoerbaarheid.

Volt: Nederland gaat verder dan EU vraagt

Senator Perin-Gopie sprak mede namens de Fractie-Visseren-Hamakers. Ze zei dat de implementatiewet verder gaat dan het Europees asiel- en migratiepact vereist en daardoor een ingrijpende en te snel behandelde stelselwijziging vormt. Zij bekritiseerde de nationale verzwaringen die volgens haar de uitvoerbaarheid onder druk zetten en de rechtsbescherming van asielzoekers verslechteren. Ook zij had zorgen over kinderrechten, met name rond detentie, onderwijs en gezinshereniging. Tot slot benadrukte Perin-Gopie dat de complexiteit van de wet en het ontbreken van duidelijke waarborgen de rechtszekerheid aantasten. Ze vroeg de Kamer om kritisch te blijven.

PvdD: Grote uitvoeringslasten

Senator Nicolaï benadrukte dat de wet grote gevolgen heeft voor de rechtspraak, die volgens hem onvoldoende is voorbereid en gefinancierd om de extra werklast aan te kunnen. Hij stelde dat verkorte termijnen en procedurele wijzigingen juist kunnen leiden tot meer rechtszaken en extra druk op het systeem in plaats van versnelling. Daarnaast bekritiseerde hij voorstellen zoals het schrappen van de voornemenprocedure en de inrichting van juridische begeleiding, omdat die de rechtsbescherming van asielzoekers ondermijnen. Tot slot waarschuwde Nicolaï dat deze keuzes averechts kunnen uitpakken en vroeg hij de minister om deze onderdelen te heroverwegen.

SP: Elfstedentocht over één nacht ijs

Senator Janssen waarschuwde dat de optelsom van maatregelen het hele stelsel mogelijk onhoudbaar maakt, omdat de grenzen van wat juridisch is toegestaan bewust worden opgezocht. Het zijn geen individuele maatregelen, alles hangt samen en werkt op elkaar in. De juridische vormgeving aan de ene kant en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid zijn communicerende vaten. Het ontbreken van overgangsrecht, de uitvoerbaarheid en het risico op een toename van rechtszaken, baarde hem zorgen. Janssen pleitte voor een realistischer en juridisch steviger beleid dat beter uitvoerbaar is en stand zou houden bij de rechter. Dit wetsvoorstel is een 'Elfstedentocht over een nacht ijs' ,zei hij.

SGP: Rechtvaardig en barmhartig

Senator Schalk benadrukte dat asielbeleid volgens zijn fractie moet steunen op zowel rechtvaardigheid als barmhartigheid, met duidelijke beslissingen over verblijf. Hij had zorgen over het ontbreken van overgangsrecht en de mogelijke juridische gevolgen van kortere verblijfsvergunningen. Daarnaast stelde hij vragen over Europese afspraken zoals het solidariteitsmechanisme en het ontbreken van een effectieve terugkeerregeling. Tot slot pleitte hij voor betere uitvoerbaarheid, onder andere door afschaffing van dwangsommen en het versterken van controle- en handhavingsinstrumenten.

PVV: Nog restrictiever beleid

Volgens senator Van Hattem doen het kabinet en het Europees asiel- en migratiepact onvoldoende om de asielinstroom te beperken en de zorgen van inwoners serieus te nemen. Hij stelde dat lokale gemeenschappen worden geconfronteerd met onveiligheid en verlies van leefbaarheid door nieuwe opvanglocaties. Verder betoogde hij dat Europese afspraken niet effectief zijn zonder stevig nationaal beleid, zoals strengere grenscontroles en een asielstop. Van Hattem pleitte voor een veel restrictiever beleid, zoals een asielstop, en uitte kritiek op internationale regels die volgens hem strengere maatregelen belemmeren.

Fractie-Walenkamp: Verouderde verdragen actualiseren

Ook senator Walenkamp wees op de lacune bij het overgangsrecht omdat een juridisch vangnet ontbreekt. De kinderdetentie ligt hem zwaar op de maag. Hij vroeg of de minister kon toelichten wat hij bedoelt als hij zegt dat detentie alleen wordt toegepast als het in het belang is van het kind of in het belang van de openbare orde. Ook wilde hij weten hoe de minister gaat garanderen dat het pact streng wordt gehandhaafd aan de buitengrenzen. Streng nationaal beleid is hoognodig. Internationale verdragen zijn verouderd: wordt het niet tijd om die te actualiseren, vroeg hij tot besluit.

JA21: Twijfel over effectiviteit

Senator Van Bijsterveld zei dat eerdere pogingen tot aanscherping van het asielbeleid zijn mislukt, waardoor Nederland nog steeds onvoldoende grip heeft op migratie. Zij erkende dat het Europees asiel- en migratiepact belangrijke elementen bevat, maar twijfelde of het beter zal werken dan eerdere afspraken zoals het Dublinsysteem. De uitvoerbaarheid, de samenwerking tussen lidstaten en de invloed van internationale regels op nationale beleidsruimte, stelden haar niet gerust. Echte grip ontstaat alleen door effectieve uitvoering, sterke grensbewaking en voldoende nationale sturing, zei Van Bijsterveld tot besluit.

FVD: Mijn huis, mijn wetten

Senator Dessing stelde dat Nederland kampt met een te hoge en onbeheersbare asielinstroom die leidt tot druk op voorzieningen en toenemende onvrede onder de bevolking. Hij betoogde dat het Europees asiel- en migratiepact geen oplossing biedt. Het is onvoldoende handhaafbaar en blijft afhankelijk van andere lidstaten, aldus Dessing. Ook hij had zorgen over de uitvoerbaarheid, mede door capaciteitsproblemen bij instanties zoals de IND. Nederland moet zelf weer de regie krijgen over zijn migratiebeleid. Geen 'mi casa es tu casa ', maar 'mijn huis, mijn regels', zei Dessing.

VVD: Niets doen is geen optie

Senator Kaljouw zei dat de VVD-fractie het pact steunt omdat het bijdraagt aan meer grip, snellere procedures en Europese samenwerking. Zij wees erop dat enkele nationale maatregelen nog ontbreken en vroeg de minister wanneer aanvullende wetgeving hierover volgt. Daarnaast benadrukte zij dat snelle invoering nodig is vanwege maatschappelijke onrust en het belang van duidelijk en zichtbaar optreden van de overheid. Niets doen is geen optie. Tot slot stelde Kaljouw dat migratie blijvend is en dat beleid zich moet richten op effectieve regulering en solidariteit binnen Europa.

CDA: Uitvoering centraal

Ook de CDA-fractie steunt het Europees asiel- en migratiepact zei senator Van Toorenburg, ondanks de grote complexiteit en de beperkte voorbereidingstijd. Ze erkende dat het ontbreken van overgangsrecht en andere waarborgen tot onzekerheid kan leiden, maar vond snelle invoering noodzakelijk om grip te krijgen op migratie. Zij had net als andere fracties zorgen over maatregelen rond gezinshereniging en minderjarigen, waarbij zij wees op moeilijke afwegingen tussen bescherming en mogelijke misbruikrisico's. De uitvoering moet centraal staan en het kabinet moet ruimte krijgen om het beleid werkbaar te maken, aldus Van Toorenburg.

D66: Eerlijke verdeling realiseren

Senator Griffioen spoorde de minister aan om alle mogelijkheden aan te grijpen in de Spreidingswet en het pact om eerlijke verdeling binnen Nederland en binnen Europa te realiseren. Dit pact is de grootste wijziging in het asielbeleid in 25 jaar. Over kinderen in detentie vroeg hij of de minister een opsomming kon geven van uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot detentie. Ook vroeg hij of kinderen niet altijd dezelfde advocaat kunnen krijgen. Het gebrek aan overgangsrecht noemde hij juridisch kwetsbaar en hardvochtig. Alles overwegende, adviseert Griffioen zijn fractie om voor de wet te stemmen.

50PLUS: Blijft dweilen met kraan open

Senator Van Rooijen zei dat het asielbeleid dertig jaar heeft stilgestaan onder veel verschillende kabinetten. Tot dusver blijft het vooral bij woorden over instroombeperking. Het pact is een soort heilige graal voor linkse partijen. Zij zeggen dat het nu - met dit pact - allemaal in orde komt, zei hij. Nog niet alle lidstaten hebben alles op orde voor de invoering van het pact, constateerde Van Rooijen. De minister spreekt volgens hem consequent over aanpak van instroom, maar alle beleid is enkel gericht op opvang en spreiding. Het blijft 'dweilen met de kraan open', ook na invoering van het pact, zei hij tot besluit.

ChristenUnie: Twijfels over nationale koppen

Senator Huizinga zei dat de ChristenUnie-fractie het pact steunt, maar ze had wel twijfels over de effectiviteit van de nationale koppen. Ook zij uitte zorgen over het ontbreken van overgangsrecht, waardoor lopende aanvragen kunnen worden benadeeld en rechtsonzekerheid ontstaat. Ze vroeg de minister hoe de uitbreiding van de mogelijkheid om minderjarigen in detentie te plaatsen zich verhoudt tot hun bescherming. Een goed functionerend asielbeleid vraagt om voldoende middelen, stabiele opvang en een eerlijke verdeling van asielzoekers, zei Huizinga.

OPNL: Grip op uitvoering

Senator Van der Goot zei dat hij warm voorstander is van een Europa-brede aanpak, omdat er dan sprake is van een gelijk speelveld. Het doel van het pact is het beleid van de EU-lidstaten zo veel mogelijk te harmoniseren en te ondersteunen ten behoeve van de effectiviteit hiervan, zei hij. Kan de minister zeggen hoe de onderlinge harmonisatie dichterbij komt, vroeg hij. De wet is de wet, dat geldt niet alleen voor de Spreidingswet, maar ook voor het Europees asiel- en migratiepact. Er is gesproken over 'grip op migratie', maar 'grip op de uitvoering' lijkt nog meer een probleem te zijn, aldus Van der Goot.

Beantwoording minister Van den Brink

De minister zei dat de implementatiewet nodig is om het Europees asiel- en migratiepact op 12 juni in werking te laten treden en juridische duidelijkheid te bieden. Hij benadrukte dat het pact moet zorgen voor meer harmonisatie, strengere buitengrenscontroles en snellere asielprocedures, wat op termijn moet leiden tot meer grip op migratie.

Tegelijk erkende hij dat de uitvoering complex is en dat er nog aanzienlijke achterstanden en opstartproblemen zullen zijn bij instanties zoals de IND. Ook gaf hij aan dat zowel Europese samenwerking als nationale maatregelen nodig zijn om de instroom te beperken en het systeem beter te laten functioneren.

Van den Brink onderstreepte dat het beleid ook gericht is op het verminderen van spanningen in de samenleving door betere opvang, snellere procedures en een geloofwaardige aanpak van migratie. Alles komt aan op de uitvoering, zei Van den Brink, daar blijft hij ook op hameren bij zijn Europese collega's.

Eerste Kamer der Staten-Generaal published this content on May 19, 2026, and is solely responsible for the information contained herein. Distributed via Public Technologies (PUBT), unedited and unaltered, on May 19, 2026 at 21:25 UTC. If you believe the information included in the content is inaccurate or outdated and requires editing or removal, please contact us at [email protected]