02/05/2026 | Press release | Distributed by Public on 02/05/2026 08:51
Het WK voetbal van 2026 vindt voornamelijk plaats in de Verenigde Staten. President Donald Trump is nauw betrokken bij de voorbereidingen en publiciteit. Critici in Europa hebben hun bezorgdheid geuit over de ethische en politieke implicaties van het organiseren van het toernooi daar. Nederlandse mediaen mensenrechtenorganisatieskoppelen oproepen tot een boycot aan zowel bestuurskwesties binnen de FIFA als aan bredere mensenrechtenoverwegingen. We spreken met dr. Arnout Geeraert, expert op het gebied van goed bestuur in de sport, om uit te leggen wat deze discussies zeggen over de mondiale sport, politieke aandacht en de impact van symbolische gebaren zoals boycots.
Maar dit kader verhult een meer ontnuchterende realiteit
Het legt eens te meer de fictie bloot dat sport en politiek op een zinvolle manier van elkaar kunnen worden gescheiden. Sportbestuursorganen zoals het IOC en de FIFA blijven sport afschilderen als een autonoom gebied , geïsoleerd van politieke invloed en bestuurd door zogenaamd neutrale instellingen. Het WK illustreert echter hoe het organiseren van mega-sportevenementen inherent politiek is en nauw verbonden is met kwesties van internationaal prestige en geopolitieke positionering. De toewijzing en organisatie van dergelijke evenementen zijn politieke handelingen.
Het debat over de boycot laat een opvallende discrepantie zien tussen de aandacht van journalisten en politici. Boycots bieden een eenvoudig, binair kader dat zeer aantrekkelijk is voor zowel de media als politici: je bent ervoor of je bent ertegen. Door steun te betuigen aan een boycot kan men gemakkelijk deugdzaamheid laten zien, met name aan een publiek dat kritisch staat tegenover de Amerikaanse politiek in het Trump-tijdperk of het leiderschap van de FIFA onder Infantino. Maar dit kader verhult een meer ontnuchterende realiteit: zodra het toernooi begint, zal de publieke aandacht grotendeels verdwijnen. Wedstrijden van het Nederlandse elftal zullen in Nederland massaal worden bekeken, zoals altijd. Het leiderschap van de FIFA begrijpt deze dynamiek perfect.
Als het doel is om de FIFA aan te zetten tot betekenisvolle toezeggingen op het gebied van waarden als goed bestuur, mensenrechten en duurzaamheid, zijn symbolische gebaren zoals boycots grotendeels ineffectief. Wat in plaats daarvan nodig is, is effectieve publieke interventie. In de Europese context wijst dit op regulering op het niveau van de Europese Unie, in plaats van incidentele morele verontwaardiging in verband met individuele toernooien.
Als een boycot brede steun zou krijgen, zou dit in principe aanzienlijke sportieve, politieke en economische gevolgen kunnen hebben. Economisch gezien zou het de waarde van het WK als commercieel product ondermijnen, door de aantrekkingskracht voor omroepen, de sponsorwaarde en de algehele verkoopbaarheid te verminderen. Politiek gezien zou aanhoudende druk de autoriteit van de FIFA kunnen verzwakken en - in theorie - de kans kunnen vergroten dat haar monopolie op het wereldwijde voetbalbestuur wordt beevochten, inclusief het ontstaan van alternatieve bestuursregelingen. Een dergelijke boycot zou ook reputatieschade opleveren voor de gastlanden en voor Donald Trump, die ervoor heeft gekozen zich nauw te verbinden met zowel de FIFA als het toernooi.
Een brede, gecoördineerde boycot is hoogst onrealistisch. De politieke en economische kosten voor de deelnemende actoren zouden aanzienlijk zijn. Nationale voetbalbonden die zich bij een boycot zouden aansluiten, zouden inkomsten mislopen die al in hun begroting zijn opgenomen, met directe gevolgen voor de binnenlandse voetbalsystemen. Regeringen zouden zowel te maken krijgen met externe vergeldingsmaatregelen van de Verenigde Staten als met interne politieke tegenstand, aangezien grote delen van het electoraat uiteindelijk hun nationale team op het wereldtoneel willen zien spelen.
De enige plausibele vorm van boycot is daarom een individuele boycot, waarbij fans ervoor kiezen niet naar de Verenigde Staten te reizen. Maar zelfs dit heeft een verwaarloosbare impact. Het is onwaarschijnlijk dat deze fans zich helemaal van het toernooi zullen afkeren; de meesten zullen de wedstrijden gewoon thuis of in openbare kijkruimtes bekijken. Vanuit het perspectief van de FIFA - en dat van het gastland - zijn de economische en politieke effecten van een dergelijke "boycot" in feite nul.
Kortom, oproepen tot een boycot zijn aantrekkelijk omdat ze een duidelijk journalistiek kader bieden en mogelijkheden om je morele superioriteit te tonen. Maar ze zijn niet effectief: uiteindelijk zijn ze onrealistisch en leiden ze de aandacht af van de veel belangrijkere kwestie van de verantwoordingsplicht van de FIFA.
Dr. Arnout Geeraert, MSc LLM. Universitair docent bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschapvan de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op sportgovernance, verantwoordingsplicht en mondiale instellingen. Hij adviseert internationale organisaties en sportfederaties over governance en compliance.