Prime Minister of Belgium

02/04/2026 | Press release | Distributed by Public on 02/04/2026 07:55

Toespraak - Diplodays

*** Deze toespraak werd op 4 februari in Brussel uitgesproken. Alleen het gesproken woord telt. ***

Mesdames et Messieurs,

C'est un privilège d'être ici parmi vous.

Vous êtes nos yeux et nos oreilles dans le monde entier. Vous suivez tous les grands événements, vous en rendez compte et vous défendez les intérêts de ce pays. C'est votre travail quotidien.

Vous vous acquittez de cette tâche avec brio, sinon vous ne seriez pas ici aujourd'hui.

Mais je ne vous envie pas, car cette tâche devient de plus en plus ardue.

La rapidité et l'imprévisibilité avec lesquelles la politique est menée et les événements se succèdent font qu'il nous est de plus en plus difficile de nous informer et de nous préparer.

Les changements de cap stratégiques sont parfois annoncés sur les réseaux sociaux ou en direct à la télévision. Les négociations sont gelées ou dégelées à tout moment.

Les engagements et les responsabilités semblent subordonnés à l'actualité du jour.

Souvent, nous n'avons tout simplement pas le temps de prendre du recul lorsque nous apprenons quelque chose de nouveau et de réfléchir calmement à nos prochaines étapes.

Nous sommes submergés d'informations et ne voyons plus que l'arbre qui cache la forêt. Cela brouille notre concentration.

Je souhaite donc utiliser le temps qui m'est imparti pour mettre en lumière quelques points clés qui devraient être au centre de nos préoccupations, tant dans ce pays qu'en Europe et dans le reste du monde.

Et je voudrais vous partager ma vision des choses et quels accents ce gouvernement souhaite mettre en avant.

Je commencerai, comme il se doit, par une petite anecdote historique.

*

Le 4 août 1914, le chancelier allemand Bethmann Hollweg prononça un discours enflammé devant le Reichstag. Les troupes allemandes avaient déjà envahi le Luxembourg et la Belgique neutre. Bethmann Hollweg souligna que l'Allemagne n'avait pas d'autre choix, même s'il reconnaissait qu'il s'agissait d'une décision illégitime.

« So waren wir gezwungen uns über den berechtigen Protest der luxemburgischen und der belgischen Regierung hinwegzuzetzen. Das Unrecht, ich spreche offen, das Unrecht, das wir damit tun, werden wir wieder gutmachen sobald unser militärisches Ziel erreicht is. »

Il étouffa dans l'œuf toute protestation légitime contre cette injustice par une simple phrase :

« Not kennt kein Gebot. »

Lorsque le chancelier reçut le soir même l'ambassadeur britannique Edward Groschen, il fut consterné d'apprendre que le Royaume-Uni allait déclarer la guerre à son pays pour ce qu'il considérait comme un « scrap of paper », à savoir la neutralité belge.

Bethmann Hollweg allait rester amer pendant des années à cause de la manière dont ce « slip of the tongue » avait été exploité par la propagande alliée pour attiser l'indignation contre le « Rape of Belgium ».

Nous n'avons pas besoin de nous attarder ici sur les sentiments d'un homme politique d'il y a plus d'un siècle. Je tiens toutefois à souligner la manière très familière pour nous dont Bethmann Hollweg a justifié la violation pure et simple d'un traité international.

La nécessité ne connaît pas de loi.

*

Dames en heren

Als het er dus echt op aankomt, en multilateraal denken wordt ingeruild voor imperiaal denken, dan zijn verdragen in de ogen van sommigen slechts een vodje papier.

Dat doet de vraag rijzen: wat is vandaag de werkelijke waarde van papier?

Voor ons is het antwoord duidelijk.

Dit land is een vurig voorstander van internationaal recht, van betrouwbaar en voorspelbaar beleid, van duidelijke regels en van wederzijds respect.

Dat zijn de waarden die ons behoeden voor wanorde en verval.

Maar hoezeer we ook aan die waarden verknocht zijn, ze worden niet door iedereen gedeeld.

Dat is de les die we zo pijnlijk geleerd hebben.

Na het winnen van koude oorlog ging men ervanuit dat onze waarden zaligmakend waren zonder meer. Heel de wereld zou uiteindelijk moeten erkennen dat deze waarden de enige zekerheid boden op vrede, welvaart en vooruitgang.

Het concept van "macht" werd bovendien in groeiende mate als iets vies ervaren. Dat is een onderdeel van het ravage die het postmoderne denken in Europa heeft aangericht.

Die en houding ging bovendien gepaard met een andere en zeer zorgwekkende evolutie.

Economische groei werd losgelaten als een voorwaarde om maatschappelijke vooruitgang te verwezenlijken.

Nochtans was dat de voornaamste reden waarom de liberale democratische orde, met haar vrije markt en sterke concurrentie, in minder dan twee eeuwen tijd zovele mensen over heel de wereld uit ellendige armoede trok en levensomstandigheden drastisch verbeterde.

De welvaart die daaruit voortkwam, werd als vanzelfsprekend aangenomen. Productiviteit, innovatie en competitiviteit werden veronachtzaamd.

Maar zoals de recente laureaten van de Nobelprijs voor economie hebben aangetoond, kan welvaart enkel behouden worden door te blijven innoveren.

Door in te blijven zetten op economische groei.

Anders volgt onvermijdelijk stagnatie, achteruitgang en verarming.

Wie produceert en innoveert, die domineert.

Wie enkel reguleert en consumeert, die vegeteert.

Dat is de ontnuchterende situatie waarin we momenteel verkeren.

Een wereld waarin we plots afhankelijk bleken van Chinese industrie en grondstoffen, Amerikaanse technologie en defensie, en Russische energie.

Het is onvermijdelijk om in dat geval aan geopolitiek belang in te boeten en af te glijden tot een soort wingewest van andere grootmachten.

Het doet denken, of vooral aan, de manier waarop de vertegenwoordigers van de Republiek werden afgesnauwd door de Franse gezant Melchior de Polignac tijdens de onderhandelingen voor het Verdrag van Utrecht in 1713.

De Hollanders waren verbouwereerd dat ze door andere verdragspartijen nauwelijks betrokken werden.

De Polignac beet hen toe: "Nous traiterons chez vous, nous traiterons de vous, et nous traiterons sans vous."

Wie irrelevant wordt, wordt niet meer aan tafel gevraagd.

*

We bevinden ons vandaag in een zeer gelijkaardige positie.

We moeten onze relevantie herwinnen en bewijzen om mee te blijven spelen in het wereldtoneel en ons gewicht in de schaal te werpen om te wegen op andere grootmachten.

Tegelijk kunnen we echter niet anders dan erkennen dat het ons vandaag aan fundamentele troeven ontbreekt om dat effectief te doen.

We weten goed genoeg op welke domeinen we daarom stappen moeten zetten.

Veertig jaar geleden al zette Jacques Delors dit klaarhelder uiteen tijdens een discours over de Europese Eenheidsakte.

Hij hamerde daarbij op het belang van "le triptyque économie-technologie-défense".

Als Europa haar focus op deze triptiek niet bestendigt, dreigt heel het Europese project onderuit te gaan.

De Eenheidsmarkt was de voorwaarde om daartoe te komen. Vandaag moeten we vaststellen dat die eengemaakte markt nog steeds ernstige gebreken vertoont.

Er is al veel gezegd over de rapporten van Letta en Draghi. Van de aanbevelingen van die laatste was na één jaar naar schatting één op de tien uitgevoerd.

Op het vlak van energie en digitalisering werd de minste vooruitgang geboekt. Laat dat nu net twee van de meest cruciale domeinen zijn om onze economie te versterken.

Nog zo'n reality check biedt het Single Market Compendium of Obstacles, een fraaie publicatie die elk jaar verschijnt om op de pijnpunten van onze interne markt te wijzen. Vorig jaar telde dat rapport 10% meer bladzijden dan in 2024. Het wordt enkel dikker.

Als we dat afzetten tegen de uitvoering van de Draghi-maatregelen, lijkt het wel vechten tegen de bierkaai.

We mogen ons geen illusies maken. Als Europa vandaag een aantrekkelijke partner is voor vele landen in de wereld die niet tussen de pletwals van oost en west willen verzeild geraken, dan is dat omdat we normaal leiderschap en stabiliteit vooropstellen.

Maar een andere reden is toch vooral dat we een grote, interessante markt hebben met vele consumenten en goed gevulde spaarboekjes.

Die markt vertoont echter geleidelijk aan meer barsten. En als we het roer niet danig omgooien, zullen we hopeloos achterop blijven hinken en onze welvaart zien afbrokkelen.

Daar kunnen we niet met lede ogen naar kijken.

*

Meine Damen und Herren

Der Geist von Jacques Delors ist also hier präsent und hat nichts von seinem Wert eingebüßt.

Wirtschaft.

Technologie.

Verteidigung.

Das sind unsere wichtigsten Herausforderungen, an denen wir arbeiten müssen.

Dies erfordert die Vertiefung und Erweiterung unseres Binnenmarktes durch den Abbau interner Handelshemmnisse und die Schaffung einer echten Spar- und Investitionsunion.

Dies erfordert auch weiterhun einen widerstandsfähigen Arbeitsmarkt. Investitionen in Bildung und Wissen sind dafür unerlässlich, genauso wie ein anderes Migrationsmodell.

*

Wat we dus nodig hebben, is een eendrachtige focus op de economische groei die de welvaart moet stutten om terug te kunnen wegen op de rest van de wereld.

Om terug macht en invloed te verkrijgen.

Om terug aanzien en respect te verwerven.

Om de wereld ten goede te kunnen veranderen.

Als we die welvaart en die macht niet heropbouwen, dan zal de internationale rechtsorde die we nastreven steeds meer als een vodje papier behandeld worden.

Europa kan wellicht geen imperium meer worden.

Maar Europa kan wel het trotse emporium mundi zijn: de handelsplaats van heel de wereld, de hoeder van de verlichte waarden. En dit land kan daarvan het kloppende hart zijn.

De troef daarbij is het gewicht van de Europese markt en het groeiende politieke bewustzijn dat we dit gewicht zullen moeten mobiliseren om op onze eigen benen te staan.

Laat er echter geen twijfel over bestaan: de verlamming van het verleden laat zijn sporen na en elders in de wereld wordt deze ontwaking met argusogen gevolgd.

Andere grootmachten hebben er alle baat bij om de Europese lidstaten uit elkaar te spelen. Ook binnen de Europese Unie is nog niet iedereen even overtuigd van de urgentie van onze situatie.

Net daarom moet Europa functionele integratie bevorderen, zodat landen met gelijkaardige strategische en economische belangen stappen vooruit kunnen zetten.

Zoals mijn voorganger Charles Rogier ben ik een voorstander van een "union intime" van de Lage Landen. De voordelen daarvan voor dit land en alle deelstaten spreken voor zich.

Daarnaast bieden er zich echter nog talloze opportuniteiten aan om met andere landen samen te werken op economisch, technologisch en militair vlak. Zowel binnen als buiten Europa.

In al deze ambities is er één rode draad.

Het belang van Buitenlandse Zaken en het belang van de economische diplomatie van de deelstaten.

*

Jean-Baptiste Nothomb, l'un des fondateurs de notre diplomatie moderne, a un jour expliqué en détail pourquoi un ministère des Affaires étrangères fort était indispensable. Il a écrit :

« La Belgique, moins que tout autre État, ne peut s'isoler. Son existence tient au système général. (…) L'imprévoyance, l'oubli, l'erreur d'un jour, une méprise, une fausse appréciation ont des suites irréparables. »

Le jeune État belge a souligné l'importance cruciale de liens internationaux étroits en envoyant ses meilleurs éléments à Londres, Paris et Berlin.

Leur exemple a permis à la tradition diplomatique de s'enraciner profondément dans ce pays et a permis de continuer à attirer et à cultiver les talents.

L'étroite imbrication des intérêts nationaux et internationaux s'est également manifestée par le fait que plusieurs de mes prédécesseurs ont pris eux-mêmes les rênes du ministère des Affaires étrangères.

En effet, les premiers ministres avaient parfois de réelles compétences. Je pense à Lebeau, De Brouckère, Rogier, Frère-Orban et Van Zeeland.

Savez-vous d'ailleurs qui était le dernier premier ministre à être également compétent pour les Affaires étrangères ?

Paul-Henri Spaak.

Le ministre Prévot n'a vraiment pas à s'inquiéter. Je n'ai nullement l'intention de prendre sa place.

Mais s'il y a une chose qui est devenue claire au cours de l'année écoulée, c'est que nous travaillons en tandem sur de nombreux dossiers. Avec de beaux résultats, d'ailleurs.

Ces réalisations ne doivent toutefois pas nous faire baisser la garde. Il reste encore beaucoup à faire.

*

Mesdames et Messieurs,

Dans ses mémoires, Paul-Henri Spaak a écrit des mots particulièrement chaleureux à propos de l'un de ses plus proches collaborateurs, l'infatigable Fernand Van Langenhove, qui a clairement marqué la diplomatie belge de l'entre-deux-guerres et de l'après-guerre.

Spaak écrivait que Van Langenhove possédait toutes les qualités que l'on peut attendre d'un diplomate:

"(…) perspicacité, sagesse, modération, patience. De jugement sûr, il était de bon conseil. Dévoué, discret, fidèle, il possédait en outre un excellent style diplomatique combinant la concision, la clarté, le choix judicieux des mots, l'expression heureuse."

Cette liste impressionnante semble trop exigeante pour un simple mortel. Mais c'est une dernière caractéristique dont je voudrais vous parler. Spaak disait que Van Langenhove "mettait en langage clair mes pensées confuses".

Dans le déluge numérique qui nous submerge chaque jour, il est devenu d'autant plus important de s'exprimer clairement.

C'est là que le bât blesse. Car je constate que notre capacité à nous exprimer clairement laisse à désirer.

Il faut que cela change.

Nous devons réapprendre à parler et à comprendre le langage du pouvoir.

*

Ik benadruk het nog eens in het Nederlands:

We moeten opnieuw de taal van de macht leren spreken én begrijpen.

We vestigen terecht graag de aandacht op onze waarden, maar macht is geen vies woord. Het is het middel om onze belangen te verdedigen.

Lord Palmerston zei ooit: "We have no eternal allies, and we have no perpetual enemies. Our interests are eternal and perpetual, and those interests it is our duty to follow."

Generaal de Gaulle vatte dat in zijn gekende droge stijl iets gebalder samenals: "Les états n'ont pas d'amis, ils n'ont que des intérêts."

We moeten dus bij tijd en stond onze natuurlijke neiging verlaten om steevast de gulden middenweg te bewandelen.

Diplomatie is net als politiek de kunst van het mogelijke. Ze begeeft zich niet in de wereld van de wensdromen, maar in de werkelijkheid waar het wenselijke met het haalbare verzoend wordt.

De sterkte van dit land en zijn diplomatie heeft er altijd in gelegen om een eervol compromis tussen verschillende belangen te zoeken.

Maar daarvoor moeten we wel erkennen dat er zoiets als belangen bestaan. En ons van onze eigen belangen doordringen.

We moeten ons aanpassen aan de wereld zonder onszelf te verliezen. Zonder te vergeten waarvoor wij staan.

Dat is geen eenvoudige opdracht.

Maar het is een opdracht waarvan ik hoop dat u ze gretig en gedreven opneemt.

*

Dames en heren

In het Euroclear-dossier hebben we onze rug gerecht met goed onderbouwde argumenten. En er werd naar ons geluisterd.

Uit de uitgebreide lof die we vervolgens uit vele hoeken en van ver buiten de landsgrenzen mochten ontvangen, leid ik echter vooral af dat niemand hiermee rekening had gehouden.

Een betrekkelijk klein land dat klare taal spreekt en tegelijk louter rationele en redelijke eisen stelt, is betrekkelijk ongezien.

In het recente verleden bleef rebellie eerder beperkt tot de stoute leerlingen in de Europese klas - en die stellen doorgaans iets minder redelijke eisen.

De primus was daarentegen altijd braaf en gedwee. Maar alles heeft zijn limieten.

Aangezien de financiële stabiliteit van ons continent werd bedreigd, hadden we een duidelijke maatschappelijke plicht om daar tegenin te gaan.

En met bevredigend resultaat.

We mogen er niet vanuit gaan dat dit ons altijd gegeven zal zijn. Integendeel.

Wat kunnen we echter doen om onze positie zo gunstig mogelijk te maken? Daarvoor zijn er volgens mij drie lessen.

Ten eerste moeten we agenda's leren zetten in plaats van ze louter te volgen.

De agendapunten daarvoor bieden zich gemakkelijk aan.

Het huidige regeerakkoord en de prioriteiten van de deelstaten geven namelijk de toon aan.

Dat is de basis voor heel onze agenda. De krijtlijnen zijn duidelijk.

De doorslag van het federale regeerakkoord op internationaal vlak beperkt zich overigens niet tot het luik "Buitenlandse Zaken".

Wellicht heeft u het al gemerkt - want ongetwijfeld heeft u dat regeerakkoord op uw nachtkastje liggen - maar het hoofdstuk over "Buitenlandse Zaken" komt helemaal op het einde van het regeerakkoord.

Dat is omdat er daarvoor doorheen heel de tekst reeds prioriteiten staan die internationaal doorwegen.

Op vlak van defensie, economische en technologische vooruitgang, veiligheid, migratie en energie moeten we namelijk onverkort zoeken naar concrete opportuniteiten en onze belangen op de agenda plaatsen. Zelfs als we daarin eerst alleen zouden staan.

Anders zijn we gedoemd om ons leven in te richten naar de planning van anderen.

*

Une deuxième leçon est que nous ne devons pas seulement apprendre à définir l'agenda. Nous devons également argumenter clairement les points inscrits à l'ordre du jour.

Pour ce faire, nous devons puiser dans une vaste expertise. Le monde est extrêmement complexe. Un prisme diplomatique peu donc ne pas suffire pour le comprendre. La diplomatie sans analyse économique solide est comme la chirurgie sans imagerie.

La coopération avec des experts d'autres départements et surtout avec les Entités fédérées est donc essentielle.

L'expertise approfondie et les nombreux contacts des représentants diplomatiques des Entités fédérées sont indispensables, en particulier dans le domaine économique. Cette incroyable valeur ajoutée est encore trop souvent négligée.

Nous ne pouvons défendre nos intérêts que si nous travaillons tous dans le même sens, dans un climat de respect et d'égalité.

Je regrette que cela reste parfois lettre morte dans la pratique. Il est de la responsabilité de chacun dans cette salle d'y travailler.

Tout le monde doit se mobiliser. Nous avons besoin de tout le monde.

À cette fin, nous préparons également une révision des accords de coopération.

*

Een derde en laatste les die ik tot slot wil trekken, is dat we in een steeds meer transactionele wereld doelbewust op zoek moeten gaan naar partners.

We kunnen dit niet alleen.

Naast de relaties met onze traditionele partners merk ik in Azië, Afrika en Zuid-Amerika een grote verzuchting naar normaal leiderschap en win-win-denken.

Daar moeten we dankbaar gebruik van maken.

Multilaterale organisaties en internationale instellingen zijn daarnaast voor een open en vrije economie als de onze onontbeerlijk. Maar ze blijven een middel, nooit een doel op zich.

Ook binnen deze organisaties moeten we dus blijven opkomen voor onze belangen en partnerschappen zoeken.

Ik denk aan de vorderingen die we maken om met andere landen de broodnodige uitbreiding van de ISPS-code door te duwen binnen de International Maritime Organization om onze havens en logistiek beter te wapenen in de strijd tegen de internationale georganiseerde misdaad.

Een ander voorbeeld is de manier waarop we in de Raad van Europa met gelijkgestemde landen werken aan de Politieke Verklaring bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens om ons migratiemodel in een andere plooi te leggen.

Die andere plooi is dringend nodig om als samenleving het hoofd te kunnen bieden aan situaties die het rechtstreekse gevolg zijn van illegale massamigratie sinds 2015 die overal in Europa extreem stemgedrag aanjagen.

Telkens is onze kracht daarin niet dat we gewoon de agenda volgen, maar zelf punten naar voor schuiven, goed beargumenteren en er partners voor zoeken.

Dat zorgt ervoor dat we zelf een geloofwaardige partner blijven - en dat we onze belangen kunnen omzetten in concrete verwezenlijkingen.

Dat is wat de burger van ons verlangt.

Dat is waar iedere inwoner van dit land recht op heeft.

Ik wil daarom een oproep doen aan u allen.

Houd uw geest scherp. Elke opportuniteit die zich aanbiedt en die ons algemeen belang dient, moeten we grijpen.

Aarzel dus niet om mij aan en mijn kabinet aan te spreken. Slaak noodkreten als het moet, en wijs ons waar mogelijk op interessante ontwikkelingen.

Verandering is het woord van de dag. De geschiedenis zit in een duidelijke versnelling. Dan mogen we geen enkele kans missen.

En misschien moeten we volgende edities van deze contactdagen ook dynamischer maken. Met iets minder lange en ronkende speeches van regeringsleden - ik kijk vooral naar mezelf - en meer interactie en pitches vanuit uw ervaringen.

Als u daar goede ideeën voor heeft, dan hoor ik ze graag!

*

Dames en heren

We zijn hier samen in het Egmontpaleis. Daar ligt nog een mooie historische knipoog in verscholen.

Het leven van Lamoraal van Egmont toont immers dat zelfs wie in alles waardig, fideel en moedig is, op het schavot kan eindigen.

Egmont stelde alles ten dienste van zijn vorst en zijn land. Hij was een gevierde held, een gematigd bestuurder, en een trouwe adviseur.

Toch was het onrecht van de Bloedraad zijn lot.

Laat ons dus vol overtuiging waardig zijn.

Maar laat ons ook onverstoorbaar weerbaar en waakzaam zijn.

Waakzaam, weerbaar en waardig.

Met rechte rug, en met open blik.

Dat is de ingesteldheid waarmee we zowel onze waarden als onze belangen kunnen beschermen.

Laat me besluiten met de leuze van Willem van Oranje, Egmonts medestander die wel de tekenen aan de wand zag en op tijd de bui zag hangen:

Saevis tranquillus in undis.

Ik wens u alle kracht toe om waakzaam, weerbaar en waardig het hoofd rustig recht te houden te midden van de woelige baren.

Ik dank u.

Prime Minister of Belgium published this content on February 04, 2026, and is solely responsible for the information contained herein. Distributed via Public Technologies (PUBT), unedited and unaltered, on February 04, 2026 at 13:55 UTC. If you believe the information included in the content is inaccurate or outdated and requires editing or removal, please contact us at [email protected]