03/24/2026 | Press release | Distributed by Public on 03/24/2026 06:04
Op 24 maart 2016 overleed Johan Cruijff, een van de beste voetballers aller tijden. Maar hij is nog altijd aanwezig. Op het voetbalveld, jazeker, maar ook in onze taal en in de stad. We zetten een aantal Cruijffiaanse uitspraken op een rij, en laten zien waar in Amsterdam u hem kunt vinden.
Johan Cruijff werd op 25 april 1947 geboren in de Linnaeusstraat in Amsterdam, in het Burgerziekenhuis. Hij groeide op in Betondorp, vlak bij het toenmalige Ajax-stadion De Meer. Na 2 keer blijven zitten, verliet hij de middelbare school zonder diploma. School was nooit helemaal zijn ding. Maar hij ontwikkelde wel 'gogme', een soort straatwijsheid die je niet leert uit schoolboeken. En een manier van kijken en spreken die net zo eigenzinnig was als zijn spel.
Cruijff leerde voetballen op straat, maar bij Ajax leerde hij denken in ruimte. Het was een elftal dat het spel uit elkaar trok en opnieuw in elkaar zette. Onder trainer Rinus Michels schoven posities bij Ajax in elkaar en namen spelers elkaars plek over. Cruijff stond daar middenin en bepaalde het tempo. Hij dacht sneller dan de rest, en sprak en handelde daarnaar. Kort en stellig, zonder extra uitleg die de boodschap zachter kon maken.
Hij was een genie die het spel versimpelde, maar ook zijn omgeving in verwarring bracht. "Als ik zou willen dat je het begreep, dan had ik het beter uitgelegd", zei Cruijff ooit tegen Tom Egbers tijdens een interview. Het klonk als een grap, maar was zijn werkwijze. Cruijff dacht niet in uitleg, maar in overtuiging. Dat leidde tot conflicten. Hij kreeg het aan de stok met Rinus Michels, met bestuurders, met spelers. Wie niet in zijn wereld paste, viel erbuiten. Cruijff was iemand die chaos creëerde om daar vervolgens zijn eigen logica overheen te leggen. Dat hoor je terug in het Cruijffiaans, zoals het unieke taalgebruik van de voetbalgrootmeester heet.
Johan Cruijff in een wedstrijd van Ajax tegen Feyenoord Cruijff deelt handtekeningen uit aan supportertjesHet is een mengsel van voetbaljargon, plat Amsterdams en zinnen die ergens zweven tussen inzicht en open deur. Taalkundige René Appel zei ooit dat Cruijff "op een heerlijke manier uitdrukkingen verkeerd gebruikt". De Dikke Van Dale omschrijft het als "raadselachtige, diepzinnig aandoende uitspraken die niet altijd de regels van de logica lijken te volgen". Maar achter al zijn losse uitspraken zit wel degelijk een samenhangend wereldbeeld. Over voetbal, maar net zo goed over het leven daarbuiten.
Cruijffiaans herken je meteen, maar uitleggen is lastiger. Toch zijn er, zoals besproken in het radioprogramma De Taalstaat, patronen:
Het klopt niet helemaal, maar werkt wel.
Cruijff sprak zoals hij voetbalde: intuïtief, vrij en altijd net buiten de lijntjes. Daar zit misschien ook wel iets Amsterdams in. Die neiging om complexe dingen terug te brengen tot 1 zin, en het daar dan ook bij te laten. Geen uitleg eromheen, geen verzachting. Maar zeggen hoe het zit, vrij en op gevoel, en verwachten dat de ander het begrijpt.
Cruijff op de bank van Ajax, naast trainer Leo Beenhakker. Cruijff was op dat moment technisch adviseur bij Ajax en zat tijdens de wedstrijd tegen Twente op de tribune. Maar toen Ajax in de problemen kwam en tegen een achterstand aankeek, kwam Cruijff naar beneden. Via tactische omzettingen hielp hij Ajax vervolgens naar een comeback. Er werd met 5-3 gewonnen van Twente. De afscheidswedstrijd van Johan Cruijff was Ajax tegen Bayern Munchen. Het werd een slachtpartij. Bayern won met 0-8 van Ajax. Na afloop kon er gelukkig nog wel gelachen worden, te zien aan de gezichten van de Duitse doelman Sepp Maier en Cruijff, die een Beiers hoedje op heeft.Zelf zei Cruijff ooit: "In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk." Daar had hij gelijk in, in zekere zin. Het totaalvoetbal, de visie, de uitspraken, en het idee dat je soms iets zo overtuigend kunt uitleggen, dat uitleg overbodig wordt. Dat is zijn nalatenschap. En die sterft nooit.
Je gaat het pas zien als je het doorhebt
Ik ben overal tegen, tot ik een besluit neem. Dan ben ik er voor
Elk nadeel heb z'n voordeel
Als je niet ken winnen, moet je zorgen dat je niet verliest
Je moet schieten, anders kun je niet scoren
Soms moet er iets gebeuren, voordat er iets gebeurt
Als je ergens niet bent, ben je of te vroeg of te laat (heeft hij vaker op verschillende manieren gezegd, ook iets als: Er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je óf te vroeg, óf te laat)
Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd
Als Italianen één kans krijgen, maken ze er twee
Het goeie doel is niet je eigen doel
Voordat ik een fout maak, maak ik die fout niet
De waarheid is nooit precies zoals je denkt dat hij zal zijn
Ik heb een vreselijke hekel aan iemand die beweegt, maar niet weet waar naartoe
We zijn op zoek gegaan naar de overwinning en dan kom je hem vanzelf tegen
Ook in de stad is Cruijff onsterfelijk. Hij komt op meerdere plekken terug. Natuurlijk in de Johan Cruijff ArenA waar Ajax de thuiswedstrijden speelt en de Cruyff Courts verspreid door de stad. Maar ook op minder opvallende plekken, zoals zijn ouderlijk huis in Betondorp, de brug in Park De Meer die zijn naam draagt en de tramhalte op het Javaplein. Kijkt u mee?
Beeld: Stadsarchief Amsterdam, Gemeente Amsterdam en Nationaal Archief