06/04/2026 | Press release | Distributed by Public on 06/03/2026 16:52
Elektronische betalingen zijn in België uitgegroeid tot het dominante betaalmiddel, zowel in fysieke winkels als online. Achter die veralgemening schuilt echter een minder zichtbare realiteit: soms complexe en weinig transparante kosten voor handelaars. In een nieuwe studie analyseert het Prijzenobservatorium van de FOD Economie de werking van de markt voor klassieke elektronische betalingen en betalingen via sociale cheques. Het wijst op belangrijke verschillen inzake kosten en rendabiliteit tussen de spelers in de sector.
In 2024 vertegenwoordigden kaartbetalingen 53 % van de transacties in fysieke winkels en 51 % van de online transacties in België. Die evolutie bevestigt de duurzame verankering van elektronische betalingen in de consumptiegewoonten. Voor handelaars brengt die digitale transitie echter kosten met zich mee.
Wanneer een klant met een kaart betaalt, draagt de handelaar verschillende kosten: huur of aankoop van de terminal, installatie-, activatie- en servicekosten, maar ook transactiekosten ("merchant service fees") die worden betaald aan betalingsdienstaanbieders. Die kosten bestaan onder meer uit een vergoeding voor de bank ("interchange fee"), een vergoeding voor het betaalschema ("scheme fee"), bijvoorbeeld Bancontact, en een vergoeding voor de betalingsdienstaanbieder of acquirer ("service fee").
Gevarieerde maar weinig transparante kosten
Uit de studie blijkt dat de kosten sterk variëren afhankelijk van het type transactie (in de winkel of online), het aantal en het bedrag van de transacties, het gebruikte betaalmiddel en de toegepaste tariefformule.
Online betalingen zijn duurder dan betalingen in de winkel, terwijl betalingen met een Bancontact-debetkaart doorgaans goedkoper blijven dan betalingen via Visa- of Mastercard-debetkaarten. Kredietkaarten behoren tot de duurste oplossingen voor handelaars.
Het Prijzenobservatorium wijst ook op een gebrek aan transparantie, vooral voor kleine handelaars. Zij maken vaak gebruik van globale tariefformules waardoor het moeilijk is om de verschillende kostencomponenten precies te identificeren. Grote handelaars beschikken daarentegen vaker over gedetailleerde tariefstructuren, die een beter zicht bieden op de werkelijk aangerekende kosten.
Uit de enquête die in het kader van de studie werd uitgevoerd, blijkt dat de maandelijkse kost van klassieke elektronische betalingen, afhankelijk van het profiel van de handelaar, tussen 0,2 % en 0,9 % van de omzet vertegenwoordigt.
Maaltijdcheques duurder dan kaartbetalingen
De studie besteedt ook aandacht aan betalingen via sociale cheques, voornamelijk maaltijdcheques. In dat segment verschilt het economische model van klassieke betalingen: de uitgever van de cheque treedt doorgaans zowel op als uitgever én als acquirer. Handelaars betalen dan beheerskosten voor de verwerking van maaltijdcheques. Die bedragen doorgaans tussen 1,05 % en 1,35 % van het transactiebedrag wanneer zij aangesloten zijn bij een beroeps- of sectorfederatie.
Het onderzoek toont aan dat betalingen via maaltijdcheques handelaars meer kosten dan klassieke betalingen met een debetkaart.
Het Prijzenobservatorium stelt ook belangrijke verschillen inzake rendabiliteit tussen de marktspelers vast. Tussen 2020 en 2024 noteerden uitgevers van sociale cheques een mediane operationele marge van 27,4 %, tegenover 11,6 % voor betaalschema's en 6,0 % voor betalingsdienstaanbieders. Die verschillen wijzen op een bijzonder hoge rendabiliteit in de sector van de sociale cheques.
Ten slotte dragen verschillende recente marktontwikkelingen ertoe bij dat de kosten voor handelaars toenemen. De snelle opkomst van mobiele betaaloplossingen zoals Apple Pay en Google Pay, die sterker geïntegreerd zijn in internationale netwerken, kan leiden tot hogere kosten. Daarnaast wijzen verschillende studies op een stijging van de "scheme fees" die worden toegepast door de grote internationale betaalschema's. In tegenstelling tot de vergoedingen voor banken ("interchange fee") zijn die kosten niet wettelijk geplafonneerd.
Het Prijzenobservatorium besluit dat, in een snel veranderende technologische omgeving, de beheersing en transparantie van de kosten verbonden aan elektronische betalingen een steeds grotere uitdaging vormen voor Belgische handelaars, in het bijzonder voor de kleinere marktspelers.
Ontdek de studie: