Dutch Association of Insurers

03/06/2026 | News release | Distributed by Public on 03/06/2026 03:40

Wijziging Sanctieregeling Iran 2012

Algemeen

Deze regeling strekt tot wijziging van de Sanctieregeling Iran 2012 en is het gevolg van Verordening (EU) 2025/19751. Verordening (EU) 2025/1975 geeft uitvoering aan Besluit (GBVB) 2025/19722. Vanwege het vervallen van artikel 26 bis van Besluit (GBVB) 2025/1972 wordt het kennisembargo jegens Iran uit artikel 21 van datzelfde besluit, wederom van kracht. Sinds 2015 schortte artikel 26 bis de werking van artikel 21 op in het kader van het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA).3 Omdat genoemd artikel 26 bis vervalt, vervalt tevens de opschortende werking van artikel 21 waardoor het kennisembargo wederom geldt en geïmplementeerd dient te worden.

De afspraken die in het JCPOA met Iran zijn vastgelegd en die bekrachtigd zijn door de Veiligheidsraad in Resolutie 2231 (2015) voorzagen in een geleidelijke opheffing van de sancties jegens Iran. De onverkorte uitvoering van het gezamenlijk alomvattend actieplan (Joint Comprehensive Plan of Action - JCPOA) moest het uitsluitend vreedzame karakter van het Iraanse nucleaire programma garanderen en de volledige opheffing van alle nucleair-gerelateerde sancties inhouden.

Op 18 oktober 2015 heeft de Raad van de Europese Unie (hierna: Raad) Besluit (GBVB) 2015/18634 vastgesteld in navolging van Resolutie 2231 (2015). Dat besluit voorzag in de opheffing van een aantal sanctiemaatregelen jegens Iran. In overeenstemming met het JCPOA werd in Besluit (GBVB) 2015/1863 bepaald dat alle economische beperkende maatregelen (waaronder de sancties betreffende de olie- en gassector, de scheeps- en transportsector, de goud en edelmetaalsector) en financiële beperkende maatregelen op nucleair gebied worden opgeheven zodra de Internationale Organisatie voor Atoomenergie had vastgesteld dat Iran zijn nucleaire verplichtingen uit het JCPOA was nagekomen.

Op 18 oktober 2015 nam de Raad tevens Verklaring 2015/C 345/015 aan. Hierin is ondermeer het voornemen opgenomen om, in geval van significante niet-nakoming door Iran van zijn verplichtingen uit hoofde van het JCPOA, alle geschorste of beëindigde nucleair-gerelateerde sancties van de Europese Unie onverwijld opnieuw in te voeren op een gezamenlijke aanbeveling aan de Raad van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Deze gezamenlijk aanbeveling vond plaats op 29 augustus 2025 en hield in dat geschorste en/of beëindigde beperkende maatregelen onverwijld opnieuw dienen te worden ingevoerd zodra de VN-sancties opnieuw van kracht zijn, in overeenstemming met Resolutie 2231 (2015) van de VN-Veiligheidsraad.

Op 27 september 2025 nam de VN-Veiligheidsraad geen nieuwe resolutie aan tot verlenging van de opheffing van sancties binnen 30 dagen na de kennisgeving van 28 augustus 2025. Dit heeft tot gevolg dat, in overeenstemming met de bepalingen van punt 37 van het JCPOA, de bepalingen van de Resoluties 1696 (2006), 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008), 1835 (2008) en 1929 (2010) van de VN-Veiligheidsraad opnieuw worden ingesteld. Waarna op 29 september 2025 de Raad Besluit GBVB (2025)/1972 heeft vastgesteld tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB.

Naast reisverboden voor personen, bevriezing van tegoeden voor personen en entiteiten (waaronder de Centrale Bank van Iran en van grote Iraanse commerciële banken) en in lijn hiermee, het verbod om fondsen of economische middelen beschikbaar te stellen aan degenen die op de lijst staan, zijn er ook economische en financiële sancties, die betrekking hebben op de handels-, financiële en transportsector.

De volgende beperkende nucleair-gerelateerde sanctiemaatregelen zijn op grond van Verordening (EU) 2025/1975 van kracht geworden:

  • - Een verbod op de export van goederen en technologie voor tweeërlei gebruik naar Iran (artikel 2 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een invoer en vervoersverbod op goederen en technologie voor tweeërlei gebruik vanuit Iran (artikel 4 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een vergunningsverplichting op goederen en technologie die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot verrijking of opwerking of met betrekking tot zwaar water, of tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, dan wel een bijdrage kunnen leveren tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat (artikel 3 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op wapenexport naar Iran (artikel 5 Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op verkoop, uitvoer of levering naar Iran of voor gebruik in Iran van bepaalde essentiële uitrusting of technologie voor de petrochemische industrie en voor de exploratie, productie, of raffinage van aardolie en aardgas, dan wel voor het vloeibaar maken van aardgas (artikel 8 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op technische bijstand, het verlenen van tussenhandeldiensten, financiering of het verlenen van financiële bijstand in verband met de essentiële uitrusting en technologie voor de petrochemische industrie of de exploratie, productie, of raffinage van aardolie en aardgas (artikel 9 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op de verkoop, uitvoer of levering van bepaalde essentiële maritieme uitrusting of technologie naar Iran of voor gebruik in Iran en ook de financiering of financiële bijstand ervan (artikel 10 bis en artikel 10 ter van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op de verkoop, uitvoer of levering van bepaalde programmatuur naar Iran of voor gebruik in Iran voor het integreren van industriële processen die van belang is voor industrieën die direct of indirect onder zeggenschap staan van de Islamitische Revolutionaire Garde, of voor het nucleaire, militaire of ballistischerakettenprogramma van Iran (artikel 10 quinquies van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op technische bijstand, het verlenen van tussenhandeldiensten, financiering of het verlenen van financiële bijstand in verband met bepaalde programmatuur die van belang is voor industrieën die direct of indirect onder zeggenschap staan van de Islamitische Revolutionaire Garde, of voor het nucleaire, militaire of ballistischerakettenprogramma van Iran (artikel 10 sexies van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op de invoer van aardolie of aardolieproducten uit Iran of uitgevoerd uit Iran, een verbod op de aankoop van aardolie of die zich bevinden in Iran of die afkomstig zijn uit Iran, een vervoersverbod van aardolie of aardolieproducten afkomstig uit Iran of die vanuit Iran naar een ander land worden uitgevoerd, en een verbod op financiering of financiële bijstand, met inbegrip van financiële derivaten, alsmede een verbod om verzekeringen of herverzekeringen te verstrekken die verband houden met de invoer, de aankoop of het vervoer van aardolie of aardolieproducten van oorsprong uit Iran of die vanuit Iran zijn ingevoerd (artikel 11 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op de invoer van petrochemische producten uit Iran of uitgevoerd uit Iran, een verbod op de aankoop van petrochemische producten die zich bevinden in Iran of die afkomstig zijn uit Iran, een vervoersverbod van petrochemische producten afkomstig uit Iran of die vanuit Iran naar een ander land worden uitgevoerd, en een verbod op financiering of financiële bijstand, met inbegrip van financiële derivaten, alsmede een verbod om verzekeringen of herverzekeringen te verstrekken die verband houden met de invoer, de aankoop of het vervoer van petrochemische producten van oorsprong uit Iran of die vanuit Iran zijn ingevoerd (artikel 13 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op de invoer, aankoop en vervoer van aardgas uit Iran of uitgevoerd uit Iran, een ruilverbod van aardgas uit Iran of vanuit Iran uitgevoerd, en een verbod op financiering of financiële bijstand, met inbegrip van financiële derivaten, alsmede een verbod om verzekeringen of herverzekeringen te verstrekken die verband houden met de invoer, de aankoop, het vervoer of het ruilen van die aardgas (artikel 14 bis van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op verkoop, levering of uitvoer van goud, edelmetaal en diamanten, alsmede een verbod op technische bijstand of tussenhandeldiensten, financieringsmiddelen of financiële bijstand ten aanzien van goud, edelmetaal en diamanten, ongeacht of deze uit de Europese Unie afkomstig zijn, aan de regering van Iran, aan overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen ervan, en aan enige persoon, entiteit of lichaam die of dat namens hen of op hun aanwijzing handelen, of aan entiteiten of lichamen die in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen;

  • - Een verbod op de invoer, aankoop en vervoer van goud, edelmetaal en diamanten ongeacht of deze uit Iran afkomstig zijn van de regering van Iran, van overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen ervan, en van enige persoon, entiteit of lichaam die of dat namens hen of op hun aanwijzing handelen, of van entiteiten of lichamen die in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen (artikel 15 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op verkoop, levering of uitvoer van grafiet en metaal (ruw of halffabricaat) naar een Iraanse persoon of entiteit of een Iraans lichaam, of voor gebruik in Iran alsmede een verbod op technische bijstand, het verlenen van tussenhandeldiensten, financiering of het verlenen van financiële bijstand in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van grafiet en metaal (artikel 15 ter van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op financiële leningen of kredieten, een deelneming in, of een joint venture met Iraanse personen of entiteiten die betrokken zijn bij de vervaardiging van goederen of technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, de exploratie of de productie van aardolie en aardgas, de raffinage van brandstoffen of de vloeibaarmaking van aardgas, of de petrochemische industrie (artikel 17 ter van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op en verbod op het accepteren of goedkeuren, door het sluiten van een overeenkomst of op enigerlei andere wijze, dat een financiële lening of krediet wordt verleend aan, een participatie wordt genomen of vergroot in, of een joint venture wordt opgezet met, een of meer Iraanse personen, entiteiten of lichamen, in een onderneming die betrokken is bij uraniumontginning of de verrijking en opwerking van uranium of de fabricage van alle goederen en technologie in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime (artikel 22 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op het overmaken van financiële middelen tussen kredietinstellingen en financiële instellingen in de Europese Unie en kredietinstellingen en financiële instellingen en wisselkantoren die gevestigd zijn in Iran tenzij er sprake is van een uitzondering en mits volgens bepaalde regels uitgevoerd (artikel 30 van Verordening (EU) nr. 267/2012);

  • - Een verbod op het overmaken van financiële middelen zonder toestemming, naar een private persoon of entiteit niet zijnde een kredietinstelling, financiële instelling of een wisselkantoor boven een bepaald bedrag (artikel 30 bis van Verordening (EU) nr. 267/2012).

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Artikel 1 van de Sanctieregeling Iran 2012 is opnieuw vastgesteld om de nieuwe verbodsbepalingen, vastgesteld in Verordening (EU) 2025/1975 die Verordening (EU) nr. 267/2012 wijzigt, in te voegen in het eerste lid alsmede de uitzonderingen op die verbodsbepalingen op te nemen in het tweede lid.

Onderdeel B

Vanwege de nieuwe verbodsbepalingen in Verordening (EU) nr. 267/2012 waarbij in bepaalde gevallen sprake is van een meldplicht dan wel een vergunningplicht om in aanmerking te komen voor een uitzondering op die verbodsbepaling, is artikel 3 van de Sanctieregeling Iran 2012 geactualiseerd.

Ten aanzien van de gedeelde bevoegdheid voor de artikelen 18, 19, 20 en 21 van Verordening (EU) nr. 267/2012 kan nog worden verduidelijkt dat de Minister van Financiën de bevoegde autoriteit is voor leningen en kredieten en de Minister van Economische Zaken voor deelnemingen en participaties.

Onderdeel C

Artikel 4 van de Sanctieregeling Iran 2012 kan vervallen aangezien het wapenembargo wordt geregeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 267/2012 waardoor de desbetreffende artikelleden verwerkt kunnen worden in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Sanctieregeling Iran 2012.

Onderdelen D, E en F

Artikel 5, artikel 5a en de bijlage van de Sanctieregeling Iran 2012 zijn gewijzigd vanwege het geactualiseerde kennisembargo jegens Iran.

VN-Veiligheidsraadsresolutie 1737 draagt de VN-lidstaten op om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om te voorkomen dat proliferatiegevoelige kennis direct of indirect wordt doorgegeven aan Iran. Deze resolutie is in EU verband omgezet in een Raadsbesluit en een Verordening. In Nederland is deze verplichting wettelijk verankerd in artikel 5 en verder, van de Sanctieregeling Iran 2012.

Het oogmerk van het kennisembargo is te voorkomen dat Iran kennis verwerft die bijdraagt aan proliferatiegevoelige activiteiten van dat land en aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

Artikel 5 van de Sanctieregeling Iran 2012 regelde tot en met 1 november 2013 een verbod om zonder ontheffing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap proliferatiegevoelige kennis te verstrekken aan personen met de Iraanse nationaliteit.

De omstandigheid dat de regeling een onderscheid naar nationaliteit maakte, bracht een aantal Iraanse belanghebbenden ertoe om de rechter te verzoeken de regeling op dit punt onverbindend te verklaren; dit onderscheid zou in strijd zijn met het discriminatieverbod. De rechter heeft de betrokken personen in drie instanties, laatstelijk de Hoge Raad (arrest van 14 december 2012, LJN: BX8351), in het gelijk gesteld.

In het licht van dit oordeel van de Hoge Raad is destijds besloten om de regeling aan te passen. Deze aanpassing strekte ertoe het onderscheid naar nationaliteit op te heffen. Op grond van het naar aanleiding daarvan gewijzigde artikel 5, en eveneens voor het in onderhavige regeling voorgesteld artikel 5, geldt voor studenten en onderzoekers van alle nationaliteiten die kennis willen vergaren op proliferatiegevoelig terrein een ontheffingsvereiste teneinde te voorkomen dat Iran de desbetreffende kennis kan verwerven.

De bijlage bevat de gebieden van onderwijs en onderzoek waarvoor in het hoger onderwijs ontheffing vereist is, zoals bedoeld in het genoemde artikel 5, derde lid. De lijst is een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de reikwijdte van het verbod om in het hoger onderwijs zonder ontheffing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap proliferatiegevoelige kennis te verstrekken, zoals bepaald in artikel 5, eerste lid, van de Sanctieregeling Iran 2012.

Deze bijlage is met name van belang voor het hoger onderwijs en doet niet af aan het algemene verbod om kennis over te dragen die zou kunnen bijdragen aan proliferatiegevoelige activiteiten van Iran of aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens in Iran. Dat algemene verbod geldt ook buiten het hoger onderwijs en buiten de hier vermelde kennisgebieden.

Artikel 5, eerste lid, van de Sanctieregeling Iran 2012 richt zich tot eenieder.

Om de gebieden van onderwijs en onderzoek op grond van deze bijlage actueel te kunnen houden is in het nieuwe artikel 5a voor de instellingen voor hoger onderwijs de verplichting neergelegd om relevante wijzigingen in hun onderwijsaanbod gevraagd en ongevraagd te melden.

Er kan sprake zijn van de verwerking door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van bijzondere persoonsgegevens; zaken zoals etniciteit, mogelijk geloof en/of politieke voorkeur zijn af te leiden uit de combinatie van naam met geboorteplaats. Om dit risico te beperken, worden betrokkenen in het kader van aanvragen voor een ontheffing gevraagd de foto op het paspoort en het BSN-nummer af te dekken. De mogelijke (bijzondere) persoonsgegevens worden alleen gebruikt om te beoordelen of er sprake is van een persoonlijk, academisch of professioneel netwerk met /in Iran. Mochten deze bijzondere gegevens verwerkt worden dan is deze verwerking toegestaan op grond van de uitzonderingsgrond zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid onder g, van de Algemene verordening gegevensverwerking, te weten de verwerking is noodzakelijk om redenen van zwaarwegend algemeen belang. Het zwaarwegend algemene belang is hierin gelegen dat getoetst moet kunnen worden of er risico's zijn dat het verbod uit artikel 5, eerste lid, van de Sanctieregeling Iran 2012 op grond van artikel 21 van Besluit 2010/413/GBVB. Tot die risico's behoort de overdracht van kennis als bedoeld in artikel 21 van voornoemd besluit (zie artikel 5, derde lid).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt vanwege diens ontheffingstaak de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (zie artikel 5, tweede lid). Zie voor verdere toelichting: Staatscourant 2023, 28312.

Artikel II

In deze overgangsbepaling is neergelegd dat de gewijzigde regeling alleen geldt voor nieuwe gevallen. Het verbod, bedoeld in artikel 5, is van toepassing op masterstudenten die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling nog niet eerder waren ingeschreven voor het volgen van onderwijs of voor personen die onderzoek verrichten op een 'risicovol' kennisgebied. Studenten of personen die met het oog op het eerstvolgende toelatingstijdstip voor de eerste keer toegang verlangen tot het volgen van onderwijs of het verrichten van onderzoek op een kennisgebied vermeld in de aangepaste bijlage, vormen derhalve de eerste groep waarop de gewijzigde regeling toepassing vindt.

De wijziging treedt onmiddellijk in werking (artikel III).

Voor meer informatie over de beperkende maatregelen wordt verwezen naar de website www.rijksoverheid.nl/sancties.

Ten slotte kan worden gemeld dat deze regeling strekt tot naleving van een internationale verplichting. Hierdoor is een uitzondering op de vaste verandermomenten toegestaan conform het beleid inzake vaste verandermomenten.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

Dutch Association of Insurers published this content on March 06, 2026, and is solely responsible for the information contained herein. Distributed via Public Technologies (PUBT), unedited and unaltered, on March 06, 2026 at 09:40 UTC. If you believe the information included in the content is inaccurate or outdated and requires editing or removal, please contact us at [email protected]