Prime Minister of Belgium

05/06/2026 | Press release | Distributed by Public on 05/07/2026 05:27

Toespraak tijdens de jaarlijkse Shoah-herdenking in Antwerpen

*** Deze toespraak is uitgesproken op 6 mei. Enkel het gesproken woord telt.***

Dames en heren

"Tijd heelt alle wonden."

Dat wordt wel eens gezegd om troost te bieden.

Maar zelfs als een vreselijk letsel zo goed mogelijk hersteld is,

en zelfs als de meest bedreven chirurg een zo klein mogelijk litteken heeft nagelaten,

dan blijft er soms nog pijn, en blijft er hoe dan ook nog de herinnering.

We weten dus goed genoeg dat de tijd niet alle wonden heelt.

Zeker als er sprake is van onrecht. Van kwaad.

Ons verleden laat zich niet zo eenvoudig verwerken.

En dat is goed. Want het dwingt ons dat verleden recht in de ogen te kijken.

En om na te denken wat we daaruit leren.

Dat is precies de reden waarom we hier samen zijn.

We willen niet enkel de wonden van het verleden in herinnering brengen. En stilstaan bij de pijn en de littekens die daarmee gepaard gaan.

We willen dat verleden herkenbaar en tastbaar maken.

*

De herdenking van de Shoah is een plicht.

Een morele plicht, waar wij ons elk jaar opnieuw toe verbinden.

Een maatschappelijke plicht ook, die ons ertoe aanzet om onze democratische waarden te koesteren én te verdedigen.

Ik ben dan ook vereerd dat ik vanavond bij u mag zijn.

*

Dames en heren

Zestig jaar geleden werd er een kleine essaybundel in het Duits uitgegeven.

Ze verscheen vlak na het einde van het tweede Auschwitz-proces in Frankfurt: een sensationeel, gemediatiseerd proces dat de gruwelen van de Shoah oprakelde in Europa en zeker in Duitsland.

Na dat proces heerste er echter een verzuchting om het verleden te laten rusten.

Een peiling toonde zelfs aan dat men liever niet nog zulke processen wilde.

Er was een overlevende van de Shoah die dat maar al te goed besefte, en die er alles aan wilde doen om het maatschappelijk bewustzijn aan te wakkeren.

Hij deed dat op een eigenzinnige manier.

Processen gaan immers vooral over daders. Over schuld en boete.

Hij wilde daarentegen de andere kant van het verhaal aan het woord laten.

Het verhaal van de slachtoffers.

Zijn naam was Hans Maier. Maar hij was beter bekend onder zijn aangenomen naam: Jean Améry.

In 1966 publiceerde deze Oostenrijks-Belgische journalist zijn bundel Jenseits von Schuld und Sühne. Voorbij schuld en boete.

In vijf essays, die hij eerder als radio-afleveringen op de Süddeutsche Rundfunk ingesproken had, ging hij op zoek naar zijn verleden als vluchteling, weerstander, slachtoffer en overlever.

Twintig jaar lang had ook hij gezwegen, maar nu doorbrak hij de stilte.

Terwijl er in Frankfurt een schijnwerper op de daders werd gericht, gaf Améry een stem aan de slachtoffers.

Hij vertelde over zijn joodse afkomst en katholieke opvoeding.

Over hoe hij Wenen na de Anschluss ontvlucht was en hier in Antwerpen terechtkwam.

Hoe hij na de Duitse inval uitgemaakt werd voor sale Boche en naar Frankrijk gevoerd werd, maar na de overgave plots een sale Juif werd en onderdook.

Hoe hij in het verzet belandde en in Breendonk gefolterd werd.

Hoe hij vervolgens in Auschwitz-Monowitz zag te overleven en hoe hij uiteindelijk in Bergen-Belsen bevrijd werd.

Hij werd - in zijn woorden - met "cornedbeef tot leven gewekt" en als "kaalgeschoren, tandeloos spook" naar Brussel gerepatrieerd.

Brussel, waar hij geen thuis had.

De sociale werkers en de verpleegsters van het Rode Kruis die hem hadden verzorgd, verdwenen algauw. En dan was hij alleen.

Alleen met zijn verleden.

Tot hij besloot om na vele jaren zijn verhaal te vertellen.

*

Dames en heren

De getuigenis van Jean Améry en zovele anderen hebben sindsdien ons collectief geheugen gevormd.

Getuigen zoals Régine Sluszny en anderen in deze zaal houden dat verleden levend. Ik denk ook aan Herschel Fink met wie ik lang kon praten.

Ik ben daar ontzettend dankbaar voor.

Deze stad is daar dankbaar voor.

En ik hoop dat zij nog lang hun stem mogen laten horen.

Maar alles heeft zijn uur.[1]

En als het uur gekomen is dat de laatste ooggetuige ons verlaat, moeten wij er als gemeenschap voor zorgen dat hun verhaal verder gedeeld, verteld en vooral gehoord wordt.

Dat laatste is essentieel: hun verhaal moet gehoord worden.

Door een volgende generatie die dat op zichzelf betrekt, herkent en erkent.

Dat vergt inspanningen in ons onderwijs, in de media, in de politiek en in onze publieke cultuur.

Daarom is het zo belangrijk dat het herdenkingsbeleid in deze stad de voorbije jaren versterkt werd.

Volgend jaar zal het namenmonument eindelijk ingehuldigd worden. De burgemeester heeft het er reeds over gehad.

Dit monument is iets waar ik altijd van heb gedroomd. Een plek waar iedereen kan samenkomen en het verleden tot zich laten doordringen.

Een monument dat alle slachtoffers een naam geeft.

*

Dames en heren

Het Antwerps namenregister voor alle oorlogsslachtoffers bevat ondertussen meer dan 23.500 namen.

Ik stelde me onlangs de vraag of er misschien slachtoffers bij zijn met wie ik een naam of verjaardag deel.

Dat schept namelijk een band, hoe raar het ook klinkt.

De Franse president Emmanuel Macron is bijvoorbeeld net als ik op 21 december geboren. We wisselen dan een berichtje uit.

Het is een manier om toenadering tot elkaar, aansluiting bij elkaar te vinden.

Ik werd geboren op 21 december 1970.

Dertig jaar voor mijn geboorte zag Leon Wajsbrot het levenslicht op 21 december 1940.

Hij stierf op 25 augustus 1942, nog geen twee jaar oud.

Lea Schechter werd geboren op 21 december 1930 in Dobromyl, in Oekraïne, waar vandaag opnieuw oorlog woedt en mensen worden vermoord.

Ze kwam in Antwerpen terecht, hier vlakbij, in de Wipstraat.

In september 1942 werd ze gedeporteerd naar Auschwitz. Ze werd meteen vermoord.

Lea was elf jaar.

Ik ontmoette ook Nachman Grajek. Nachman werd 75 jaar voor mij geboren, op 21 december 1895.

Ook hij overleefde zijn deportatie niet.

Op dezelfde dag als Nachman kwam Jacobus - Jacques - Migom ter wereld.

Jacques was als politieagent lid van de Witte Brigade.

Hij werd gearresteerd en dood teruggevonden in Zoersel.

En dan is er Jozef De Wever. Mijn naamgenoot was 23 jaar toen hij als soldaat in het 6de Linieregiment op 22 mei 1940 stierf tijdens de verdediging van Gent.

Jozef stierf voor onze vrijheid.

Een laatste verhaal: over iemand die vandaag allen in deze zaal verbindt.

Honderdtwintig jaar geleden werd Frimet Pollac geboren, op 6 mei 1906.

Frimet woonde in de Somersstraat, ook in deze buurt.

Ze werd in Auschwitz vermoord op 28 augustus 1942. Ze was 36 jaar.

*

Leon Wajsbrot.

Lea Schechter.

Nachman Grajek.

Jacques Migom.

Jozef De Wever.

Frimet Pollac.

Ze verbinden ons. Ze spreken tot ons.

Hun naam noemen, maakt hen weer volwaardig mens.

Hun naam uitspreken schept een band.

En het doet ons beseffen: ik had het kunnen zijn.

*

In de Dossinkazerne loopt nog steeds een project dat deze gedachte sereen uitdraagt.

Het heet: "Elke naam telt."

Familieleden en nabestaanden kunnen de naam van hun naasten inspreken.

Bezoekers worden door hun geboortedatum of leeftijd verbonden met de slachtoffers.

Ondertussen zijn al bijna 25.000 namen ingesproken. Er blijven nog enkele honderden namen van gedeporteerden over.

Het Dossin-project inspireert.

Want om het verleden levend te houden, moeten we er verbinding mee blijven zoeken.

En hoe kan dat beter door oog in oog te staan met de slachtoffers?

Om die reden is het ook bijzonder waardevol dat medewerkers van politie en het gevangeniswezen sinds enkele jaren een opleiding in de Dossinkazerne krijgen.

Wie gezag draagt in onze gemeenschap en haar vrijheden en waarden beschermt, moet doordrongen zijn van de donkere zijde van het verleden waarin deze vrijheden en waarden beknot en vernietigd werden.

Die bewustwording is geen loutere terugblik. Ze vormt ons moreel kompas voor het heden.

Want vooroordelen, haat en ontmenselijking bestaan nog steeds.

En alle statistieken en gegevens wijzen erop dat er de laatste jaren een forse toename is.

We worden geconfronteerd met antisemitische intimidatie, bedreigingen en geweld.

Er is een discours gaande dat een hellend vlak vormt en dreigt af te glijden naar een normalisatie van antisemitisch denken.

Synagogen moeten bewaakt worden, kinderen groeien op met veiligheidsmaatregelen die voor anderen ondenkbaar zijn, en vooroordelen en haat vertalen zich steeds vaker naar vandalisme en geweld.

Herinnering volstaat dus niet.

Ze moet gepaard gaan met waakzaamheid en de bereidheid om op te treden.

*

Onlangs bevestigde het toonaangevende Antisemitism Worldwide Report van het gerenommeerde Irwin Cotler Institute dat er een verschuiving merkbaar is van discours naar geweld.

Ik denk aan de aanslag op de Heaton Park synagoge in Manchester in oktober waarbij twee mensen stierven en drie andere zwaargewond raakten.

Het was de eerste dodelijke, gericht antisemitische terreuraanslag in het Verenigd Koninkrijk sinds 1984.

Een week nadien werd een Oxford-student aangeklaagd omdat hij de leuze "put the zios under ground" scandeerde tijdens een manifestatie.

Dat is geen toeval. Er is een rechtstreekse link tussen discours en daad.

De aanslag in Golders Green vorige week maakt duidelijk dat dit geen op zichzelf staande daden zijn, maar dat ze onderdeel uitmaken van een onrustwekkende evolutie.

We zien dat deze antisemitische golf ook elders in Europa en in eigen land doordringt.

En we mogen ons niets verbeelden: niet iedereen lijkt die evolutie even fundamenteel en problematisch in te schatten.

De partijleider van de Britse groenen had bijvoorbeeld meer aandacht voor de manier waarop de terrorist van Golders Green gearresteerd werd dan voor de slachtoffers.

Eerder had hij zich al openlijk de vraag gesteld of de joodse gemeenschap in zijn land geconfronteerd werd met "werkelijke onveiligheid" of toch eerder "een perceptie van onveiligheid".

Zijn partij staat op grote winst in de peilingen voor de lokale verkiezingen morgen.

Ik ben daar erg bezorgd over. En mijn collega Keir Starmer evenzeer.

Gisteren zei hij nog: "It is not enough to simply say we stand with Jewish communities. (…) Every part of society has a responsibility to respond with determination and force. Because there are too many people who don't see antisemitism for what it is. Anti-Jewish hatred, racism. Pure and simple."

*

Opflakkeringen van antisemitisch discours, vandalisme en geweld zijn op zich niet nieuw.

De terreuraanslag op het Joods Museum, bijna twaalf jaar geleden, is daar een trieste herinnering aan.

Maar na de slachtpartij door Hamas op 7 oktober 2023 en de jammerlijke oorlog die erop volgde, lijkt deze dreiging structureel te worden.

We worden niet langer geconfronteerd met opstoten, maar met een nieuw antisemitisch denken dat genormaliseerd wordt en zo maatschappelijk ingebed raakt.

Ik denk aan de recente uitspraken van een voormalige partijvoorzitter in het programma De Afspraak.

Ze zei, en ik citeer, dat "weinig mensen weten dat de hoofdsponsor van het Songfestival ondertussen een joods bedrijf is (…) en daar zit natuurlijk heel veel geld achter."

Ze vervolgde: "Het geld komt uit Israël. Het geld bepaalt de wereld en het festival. Je weet dat er geld achter zit. (…) Daar zit een lobby achter."

En terwijl ze met duim en wijsvinger een geldgebaar deed, besloot ze: "Tref ze waar het pijn doet. Geen uitzending betekent geen kijkers. Geen kijkers betekent geen afzetmarkt. (…) Daar voelen ze het. In de portemonnee."

We moeten als gemeenschap stilstaan bij de impact van zulke woorden.

Het ging hier niet om een uitspraak van een antisemitisch persoon, van een jodenhaatster.

Maar net daarin schuilt een groot gevaar.

Zelfs als het zo niet bedoeld is, geven haar woorden blijk van een groteske en griezelige ondertoon.

Van een banaal antisemitisme dat een kwaadaardige schaduwzijde aanstookt.

Als zulk banaal antisemitisme zich van de rand van de samenleving, van de uiterste marginaliteit, naar het mainstream denken van een elite verschuift, dan ligt er een vruchtbare voedingsbodem voor extremistische en gewelddadig denken.

Het normaliseren van banaal antisemitisme zet de deur open naar de barbarij.

De Franse schrijver en hellenofiel Jacques Lacarrière zei eens dat de grens tussen beschaving en barbarij geen fysieke grens is, maar een morele grens die afgebakend wordt in het hoofd van ieder mens.

Zeker zij die verantwoordelijkheid dragen in onze samenleving en de veiligheid van onze gemeenschap moeten waarborgen, zouden deze grens haarfijn scherp moeten stellen en bewaken.

De conflicten in het Midden-Oosten en de lange arm van Teheran in het bijzonder tonen hoe broos deze grens is.

Nieuwe terreurstrategieën ontwikkelen zich razendsnel.

Rekrutering via sociale media en versleutelde kanalen.

Het inzetten van lokale criminelen of jongeren op de dool.

Met minimale kosten en middelen willen criminele regimes zoals dat van Iran en andere gewelddadige, extremistische of islamistische organisaties onze samenleving ontwrichten.

De handlangers van de haat en de krachten van het kwaad bedreigen onze verlichte waarden.

Daar mogen - daar zullen wij nooit een centimeter op toegeven.

Wij kiezen voor harmonie. Voor samenleven. Voor respect.

Wij kiezen voor onze democratische waarden en vrijheden.

En ik zal daar als eerste minister over blijven waken.

Enkele weken geleden sprak ik met verschillende vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap.

Ik zei hen toen iets in de beslotenheid van de vergadering. Maar ik wil dat hier voor u allen krachtig en openlijk herhalen:

Het eerste aanspreekpunt voor antisemitisme in dit land: dat ben ik.

Want de dreiging en de impact van antisemitisme overschrijdt verschillende domeinen en is van politiek-maatschappelijk belang.

Het is bovendien een internationaal fenomeen dat een structurele bezorgdheid is om onze veiligheid te verzekeren.

Daarom is ook de inzet van Defensie onmisbaar.

Daarom is de strijd tegen antisemitisme een speerpunt.

Daarom werken we samen met gelijkgestemde landen aan de aanpak van schadelijke organisaties.

De joodse gemeenschap is thuis in dit land. Zeker in deze stad.

En ik beloof u er alles aan te zullen doen om die thuis veilig en warm te houden.

Ik dank u.

[1] Prediker 3:1.

Prime Minister of Belgium published this content on May 06, 2026, and is solely responsible for the information contained herein. Distributed via Public Technologies (PUBT), unedited and unaltered, on May 07, 2026 at 11:27 UTC. If you believe the information included in the content is inaccurate or outdated and requires editing or removal, please contact us at [email protected]