10/15/2025 | Press release | Distributed by Public on 10/15/2025 03:11
Armoede is meer dan alleen een kwestie van inkomen. Het gaat ook om toegang tot een vaste baan die regelmatige en voldoende financiële middelen garandeert, zodat fatsoenlijke huisvesting, gezondheidszorg en een sociaal leven mogelijk zijn. Op basis van de Enquête naar de inkomens en levensomstandigheden (SILC) meet Statbel, het Belgische statistiekbureau, armoede in zijn geheel, waarbij rekening wordt gehouden met economische, sociale en menselijke aspecten, om de oorzaken ervan beter te begrijpen, risicogroepen te identificeren en de evolutie ervan in de tijd te volgen.
In België loopt in 2024 18,3% van de bevolking het risico op armoede of sociale uitsluiting.
Om het risico op armoede of sociale uitsluiting (AROPE) te meten, worden drie indicatoren gebruikt.
In 2024 heeft 11,4% van de Belgen een inkomen dat onder de armoededrempel ligt (d.w.z. 1 522 € per maand voor een alleenstaande en 3 197 € voor twee volwassenen met twee kinderen).
Een huishouden wordt als een huishouden met lage werkintensiteit beschouwd als de volwassenen op beroepsactieve leeftijd minder dan 20% van hun "arbeidspotentieel" hebben gebruikt in een periode van 12 maanden. In 2024 verkeerde 11,4% van de Belgische bevolking in deze situatie.
Dit treft 6,2% van de bevolking. Mensen worden gedwongen om zichzelf minstens 7 van 13 essentiële elementen te ontzeggen. Bijvoorbeeld: rekeningen niet op tijd kunnen betalen (5%), vakantie nemen (21,4%), beschadigde meubels vervangen (15,6%) of deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten (12,8%).
Om beschouwd te worden als iemand die het risico loopt op armoede of sociale uitsluiting, moet iemand met minstens één van deze drie situaties geconfronteerd worden.
Studies, werk, gezin: beslissende factoren
Hoewel 18,3% van de Belgische bevolking in 2024 het risico liep op armoede of sociale uitsluiting, verschilt dit percentage sterk naargelang het socio-economisch profiel.
Dit risico treft 33,3% van de laaggeschoolden, tegenover 9,1% van de mensen met een diploma hoger onderwijs.
Werklozen (68,5%) en niet-beroepsactieven (42,1%) worden ook het meest blootgesteld, ver voor werknemers (6,4%).
Ten slotte zijn eenoudergezinnen bijzonder kwetsbaar. 38,3% van hen verkeert in een situatie van armoede of sociale uitsluiting.
Tegengestelde regionale ontwikkelingen
Brussel heeft met 37,3% het hoogste risico op armoede of sociale uitsluiting.
In Wallonië wordt een percentage van 21,8% opgetekend, wat hoger is dan het nationale gemiddelde. De realiteit verschilt echter sterk tussen de provincie Waals-Brabant (16,9%) en Henegouwen (26,7%).
In Vlaanderen bedraagt het percentage daarentegen 12,9%, met provinciale waarden die variëren van 10,2% in Vlaams-Brabant tot 15,9% in de provincie Antwerpen.