PTB - Parti du Travail de Belgique

02/05/2026 | News release | Distributed by Public on 02/05/2026 09:13

Het ultimatum van Trump aan Cuba: geen brandstof zonder overgave!

  1. Home
  2. Nieuws

Het ultimatum van Trump aan Cuba: geen brandstof zonder overgave!

Het laatste decreet van Trump betekent een verscherping van het Amerikaanse beleid dat al zes decennia aanhoudt en erop gericht is de Cubaanse economie te verstikken en te wurgen om een regimewissel af te dwingen. Een analyse van Manolo De Los Santos voor het progressieve medium Peoples Dispatch.

donderdag 5 februari 2026

Cubanen op 1 mei op het Plein van de Revolutie in Havana.

Miguel Díaz-Canel / X

Dit artikel verscheen op Peoples Dispatch op 2 februari 2026

Cuba staat op de rand van een ernstig brandstoftekort, een crisis die de economie kan verlammen en de 11 miljoen inwoners van het land nog meer kan doen lijden. Dit is geen toevallige geografische omstandigheid of een gebrek aan planning. Het is een direct, berekend resultaat van de acties van de regering van de Verenigde Staten.

De meest recente ontwikkeling is de brandstofblokkade middels een decreet van de regering-Trump die tarieven oplegt aan elk land dat olie aan Cuba verkoopt. Dit volgt op een ander decreet van Trump in april 2019 dat Titel III van de Helms-Burton Act activeerde, waarmee een beleid werd gestart om vervoerders en verzekeraars uit derde landen te bedreigen met verwoestende secundaire sancties als ze olie zouden leveren aan Cubaanse havens.

Om de ernst van dit moment te begrijpen, moeten we het dominante discours verwerpen waarin de huidige crisis in Cuba wordt gezien als een gevolg van de eigen onverzettelijkheid of politieke keuzes. Een nuchtere beoordeling laat zien dat deze brandstofblokkade de nieuwste tactiek is in een 65 jaar durende economische belegering van 's werelds grootste mogendheid tegen een klein eiland dat zijn soevereiniteit durfde op te eisen. De interventie van Trump in Venezuela toont aan dat deze escalatie een gevaarlijke voorloper kan zijn van een militaire aanval tegen een ander onafhankelijk land in Latijns-Amerika.

Een crisis made in the USA

De blokkade was altijd meer dan een simpele breuk tussen de Verenigde Staten en Cuba. Zoals de Colombiaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez in 1975 schreef, was het "een woeste poging tot genocide, bevorderd door een macht zonder grenzen, waarvan de tentakels overal ter wereld opduiken".

Deze logica van vernietiging werd al vroeg verwoord door VS-functionarissen zelf. In een memorandum van 6 april 1960 gaf Lester Mallory, plaatsvervangend assistent-staatssecretaris voor Inter-Amerikaanse Zaken, een koud advies: "De meerderheid van de Cubanen steunt Castro... De enige voorzienbare manier om die interne steun te vervreemden is door ontgoocheling en onvrede gebaseerd op economische ontevredenheid en ontbering."

Vanaf het begin was de blokkade bedoeld om het moreel te breken en overgave af te dwingen, een strategie van economische terreur vermomd als beleid.

Toch wordt in de media door deskundigen uit het hele politieke spectrum in de VS vaak geconcludeerd dat Cuba de crisis aan zichzelf te wijten heeft. Ze stellen dat de crisis zou verdwijnen als Havana maar 'grote hervormingen' zou doorvoeren, de economie zou privatiseren en zich zou onderwerpen aan 'vrije en eerlijke' verkiezingen onder de voorwaarden van de VS.

Om deze redenering te volgen moet je ofwel bewust de geschiedenis negeren of de materiële realiteit ontkennen. Dit veronderstelt een parallel universum waarin het strategische doel van de VS-regering, namelijk de omverwerping van de Cubaanse regering en het herstel van een volgzaam, neokoloniaal regime, eenvoudigweg verdwijnt door onderhandelingen. De geschiedenis biedt geen plaats aan een dergelijke fantasie.

Sinds 1959 voeren de VS een meedogenloze campagne om Cuba te breken, zoals gedocumenteerd in duizenden vrijgegeven pagina's. Dit omvat de invasie van de Varkensbaai, honderden gedocumenteerde pogingen tot moord op Fidel Castro en andere Cubaanse leiders, de sabotage- en terrorismecampagne van Operatie Mongoose en de introductie van dodelijke ziekteverwekkers die de varkenspopulatie van het eiland decimeerden en de biologische oorlogsvoering die de bevolking in 1981 blootstelde aan dengue waaraan 101 kinderen stierven.

Zoals de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel verklaarde voor de Verenigde Naties: "Al meer dan zes decennia zijn we het slachtoffer van een economische, commerciële en financiële blokkade, het meest onrechtvaardige, strenge en langdurige systeem van unilaterale sancties dat ooit tegen welk land dan ook is toegepast."

De blokkade, waarvan de prijs door de Cubaanse regering wordt geschat op meer dan 1,3 biljoen dollar en ontelbare levens als gevolg van geweigerde medicijnen en apparatuur, is geen passief beleid. Het is, in de woorden van de Cubaanse intellectueel Fernando Martínez Heredia, "een vorm van permanente oorlogvoering op een laag pitje".

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 escaleerde Washington zijn aanval door middel van de Torricelli Act (1992), de Helms-Burton Law (1996) en een reeks maatregelen die George W. Bush in 2004 aankondigde. Zo werd de strop rond de Cubaanse economie steeds strakker aangetrokken.

Zelfs tijdens perioden van nominale dooi, zoals onder Barack Obama, bleef het onderliggende doel ongewijzigd. Obama's toenadering, inclusief zijn bezoek aan Havana in 2016, werd door sommigen gezien als een poging om Cuba te 'veranderen' door contact tussen de twee volkeren. Maar ironisch genoeg keerden veel VS-burgers die Cuba voor het eerst in groten getale bezochten, met een heel ander idee terug naar huis. Ze pleitten niet voor regimeverandering, maar voor een einde aan de blokkade en nauwere betrekkingen.

Deze vluchtige openheid werd snel teruggedraaid onder Donald Trump. Hij stelde 243 nieuwe sancties tegen Cuba in en legde geldoverboekingen, reizen en uitwisselingen meedogenloos aan banden. Onder Joe Biden bleven de sancties volledig in stand en bestendigden ze wat García Márquez omschreef als een staat van permanente belegering: "De dreiging van gewapende invasies, systematische sabotage en voortdurende provocaties waren voor de Cubanen een bron van spanning en een aanslag op de menselijke energie die veel erger was dan de handelsblokkade."

De belegering van Trump

De brandstofblokkade van de regering-Trump is een ongekende escalatie van deze oorlogsvoering. Door gebruik te maken van het wereldwijde bereik van het financiële systeem van de VS om derde landen en buitenlandse bedrijven te terroriseren, heeft de VS de wereldmarkt effectief gemilitariseerd tegen een klein ontwikkelingsland. Het doel is duidelijk: instorting teweegbrengen door collectieve bestraffing.

Toen Trump verklaarde dat de Cubanen "waarschijnlijk naar ons toe zullen komen en een deal willen sluiten", onthulde hij de kern van het imperiale waanidee dat al meer dan zes decennia het falende VS-beleid stuurt. Namelijk het geloof dat ondraaglijke druk tot overgave zal dwingen.

Dit beleid wordt verdedigd door Marco Rubio en andere leden van de reactionaire Miami-Cubaanse maffia, wiens visie op de toekomst van Cuba onlosmakelijk verbonden is met een neokoloniaal verleden.

Dat verleden is de sleutel tot het begrijpen van de huidige confrontatie. Het "MAGA-project", dat sociale en burgerrechten in de Verenigde Staten wil terugdringen, heeft een uitvloeisel op het gebied van buitenlands beleid: het herstel van de neokoloniale overheersing van de VS over Latijns-Amerika.

Voor Cuba betekent dit een terugkeer naar het tijdperk van voor 1959, toen het eiland een enclave was van de Amerikaanse maffia die de casino's en prostitutiekringen controleerde en van VS-bedrijven die de natuurlijke rijkdommen plunderden onder een regime van rassenscheiding, analfabetisme en immense ongelijkheid.

De brandstofblokkade is de belangrijkste uiting van de economische oorlog van de VS tegen Cuba, want energie is de levensader van elke moderne economie. Zonder brandstof is het transport verlamd, vallen generatoren stil en stoppen de landbouwproductie en -distributie.

Zoals García Márquez opmerkte tijdens zijn bezoek aan het eiland: "Eén ding was onvervangbaar in die situatie: olie." Hij merkte op hoe Sovjettankers destijds 12.000 kilometer aflegden om ervoor te zorgen dat "geen enkele minuut van activiteit in Cuba stil kwam te liggen".

Vandaag ligt die levensader, die sterk afhankelijk was van brandstofimport uit Rusland, Mexico en Venezuela, onder vuur.

Op 29 januari 2026 zette de Trump-regering een langdurige campagne van druk om in een bot instrument van verstikking. Met een decreet gebruikt hij het systeem van invoerrechten tegen elk land dat olie durft te verkopen aan Cuba. Het gaat niet langer om het inperken of isoleren van het Cubaanse volk van de rest van het halfrond; het is een doelbewuste strategie van totale economische verstikking. Zo'n daad van agressie is ongezien sinds de Koude Oorlog.

Cuba capituleert niet

De escalatie van Trump is de hoeksteen van de 'Donroe-doctrine' van zijn regering, een 21e-eeuwse heropleving van de Monroe-doctrine uit 1823 die heel Latijns-Amerika en het Caribisch gebied tot VS-bezit verklaart.

Na de illegale aanval van 3 januari 2026 op Venezuela verklaarde Trump ronduit: "Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond zal nooit meer in twijfel worden getrokken."

Volgens deze doctrine wordt elke natie die kiest voor een onafhankelijke weg, vooral een natie die haar economie organiseert rond menselijke behoeften, zoals Cuba's wereldberoemde gezondheidszorg, beschouwd als een "nationale noodsituatie".

De weigering van de Cubaanse leiders om te capituleren is daarom niet, zoals critici beweren, ingegeven door dogmatisme of een verlangen naar martelaarschap. Het is gebaseerd op een duidelijk begrip van de doelstellingen van de VS-regering en de eeuwen van hun eigen antikoloniale strijd. Het opgeven van principes voor tijdelijke verlichting zou geen vrede of welvaart brengen; het zou uitnodigen tot een volledige omkering van de Cubaanse soevereiniteit.

Daarom heeft Cuba zich, ondanks de immense kosten, nooit overgegeven aan de blokkade. Het is ook de reden waarom Cuba consequent heeft aangegeven bereid te zijn om op gelijke voet te onderhandelen, maar nooit over zijn bestaansrecht zelf.

De menselijke gevolgen van de brandstofblokkade zijn verwoestend. Ziekenhuizen rantsoeneren elektriciteit, waardoor de medische zorg in gevaar komt. Gezinnen wachten uren op het sporadische openbaar vervoer. Stroomonderbrekingen van 20 uur of meer worden een dagelijkse beproeving. Maar zelfs in deze door de VS gefabriceerde crisis is de veerkracht van het Cubaanse volk duidelijk zichtbaar.

Als mensen in de Verenigde Staten de situatie willen begrijpen, dienen ze te breken met het extreme geweld van hun eigen regering tegenover Cuba. De brandstofblokkade is geen "politiek meningsverschil". Het is een daad van economisch terrorisme die bedoeld is om honger, lijden en instabiliteit te veroorzaken zodat een soevereine regering gedwongen wordt af te treden. Cuba's standvastigheid, ondanks alles, blijft een krachtig bewijs van het feit dat zelfs het machtigste rijk het verlangen naar waardigheid en zelfbeschikking niet kan uitbannen.

Manolo De Los Santos is uitvoerend directeur van The People's Forum en onderzoeker bij Tricontinental: Institute for Social Research. Zijn artikelen verschijnen regelmatig in Monthly Review, Peoples Dispatch, CounterPunch, La Jornada en andere progressieve media. Hij is mederedacteur van Viviremos: Venezuela vs. Hybrid War (LeftWord, 2020), Comrade of the Revolution: Selected Speeches of Fidel Castro (LeftWord, 2021), en Our Own Path to Socialism: Selected Speeches of Hugo Chávez (LeftWord, 2023).

  • Delen
Deel deze pagina
PTB - Parti du Travail de Belgique published this content on February 05, 2026, and is solely responsible for the information contained herein. Distributed via Public Technologies (PUBT), unedited and unaltered, on February 05, 2026 at 15:13 UTC. If you believe the information included in the content is inaccurate or outdated and requires editing or removal, please contact us at [email protected]